Spring naar inhoud

Geconsolideerde jaarrekening 2021

Algemeen

1.1 Jaarrekening

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de Regeling jaar­ verslaggeving onderwijs, Titel 9 Boek 2 BW, en Hoofdstuk 660 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en de stellige uitspraken van de overige hoofdstukken van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving en met de bepalingen van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (‘WNT‘).

1.2 Vestigingsadres en inschrijving handelsregister

De Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft haar statutaire zetel in de gemeente Leeuwarden en is feitelijk gevestigd aan de Rengerslaan 10, 8900 CB Leeuwarden. De Stichting NHL Stenden Hogeschool is ingeschreven bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41002686.

1.3 Schattingen en vergelijking met voorgaand jaar

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van de Stichting NHL Stenden Hogeschool zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.

Geconsolideerde balans per 31 december 2021

(na voorgestelde resultaatsbestemming) (x € 1.000)

  Activa   31 december 2021     31 december 2020
           
  Vaste activa          
1.1.2. Materiële vaste activa          
1.1.2.1. Bedrijfsgebouwen en terreinen 123.392     123.729   
1.1.2.2. Inventaris en apparatuur 42.878     44.928   
1.1.2.3. In uitvoering en vooruitbetalingen  -      2.465   
1.1.2.4. Egalisatierekening -5.352     -5.604  
      160.918      165.518 
1.1.3. Financiële vaste activa          
1.1.3.2. Andere deelnemingen 131     131   
1.1.3.3. Overige langlopende vorderingen 23     27   
       154       158 
             
  Totaal vaste activa   161.072      165.676 
             
1.2.1. Voorraden   144      169 
             
1.2.2. Vorderingen          
1.2.2.1. Debiteuren 1.999      2.911   
1.2.2.11. Belastingen en premies sociale verzekeringen 117       103   
1.2.2.15. Overige kortlopende vorderingen en overlopende activa 7.687      10.198   
      9.803      13.212 
1.2.4 Liquide middelen   19.811      1.140 
  Totaal vlottende activa   29.758      14.521 
  Totaal activa   190.830      180.197 
             
Passiva   31 december 2021     31 december 2020
             
2.1. Eigen vermogen   73.377      58.225 
             
2.2. Voorzieningen          
2.2.1. Personele voorzieningen 14.576      13.794   
2.2.4. Belastingvoorziening  -      14   
      14.576      13.808 
2.3. Langlopende schulden          
2.3.1. Schulden aan kredietinstellingen   39.981      43.279 
             
2.4. Kortlopende schulden          
2.4.3. Kredietinstellingen 3.297      3.515   
2.4.8. Crediteuren 8.121      8.841   
2.4.9. Belastingen en sociale voorzieningen 8.955      8.034   
2.4.10. Schulden terzake van pensioenen 2.553      2.213   
2.4.12. Overige schulden en overlopende passiva 39.970      42.282   
      62.896      64.885 
  Totaal passiva   190.830      180.197 

Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2021

(na voorgestelde resultaatbestemming)(x €1.000)

    2021   Begroting 2021   2020
3. Baten          
3.1 Rijksbijdragen  189.594     163.828     156.361 
3.2 Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden  6.137     6.033     5.851 
3.3 (Wettelijke) college-, cursus-, les- en examengelden  41.504     43.844     48.334 
3.4 Baten werk in opdracht van derden  7.620     9.022     6.288 
3.5 Overige baten  4.384     3.715     4.121 
  Totaal baten  249.239     226.442     220.955 
             
4. Lasten          
4.1 Personeelslasten  178.967     168.694     168.747 
4.2 Afschrijvingen  12.878     12.748     11.687 
4.3 Huisvestingslasten  9.433     9.302     10.563 
4.4 Overige lasten  31.736     35.624     29.712 
  Totaal lasten  233.014     226.368     220.709 
             
  Saldo baten en lasten  16.225     74     246 
5. Financiële baten en lasten  -1.041     -1.074     -1.145 
             
  Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen  15.184     -1.000     -899 
6. Belastingen  5     -     27 
7. Resultaat uit deelnemingen  -     -     -6 
             
  Resultaat na belastingen  15.189     -1.000     -878 
             

Geconsolideerd kasstroomoverzicht 2021

(x € 1.000)

    2021     2020
Kasstroom uit operationele activiteiten          
Saldo baten en lasten   16.225     246
           
Aanpassingen voor:          
- 4.2. Afschrijvingen 12.878     11.687  
- 2.2. Mutaties voorzieningen 768     1.592  
    13.646     13.279
           
Verandering in werkkapitaal:          
- 1.2.1. Voorraden 25     32  
- 1.2.2. Vorderingen 3.409     -2.135  
- 2.4. Kortlopende schulden -3.555     -1.318  
    -121     -3.421
Kasstroom uit bedrijfsoperaties:          
- 5.2. Ontvangen interest 2     12  
- 5.2. Betaalde interest -1.043     -1.157  
- 6. Betaalde vennootschapsbelasting 5     27  
- 7. Resultaten uit deelnemingen  -      -6  
    -1.036     -1.124
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten   28.714     8.980
           
Kasstroom uit investeringsactiviteiten          
- 1.1.2. Investeringen in materiële vaste activa -6.494     -23.860  
- 1.1.2. Desinvesteringen in materiële vaste activa  -       35   
- 1.1.3.2. Desinvesteringen in deelnemingen en/of samenwerkingsverbanden  -       6   
           
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten   -6.494     -23.819
           
Kasstroom uit financieringsactiviteiten          
- 2.3. Aflossing langlopende schulden -3.298     -3.966  
- 2.4.3. Mutatie krediet -218     218  
- 1.1.3.3. Mutatie overige langlopende vorderingen 4     4  
- 1.2.2.4. Mutatie vordering op groepsmaatschappijen  -      121  
           
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten   -3.512     -3.623
2.1. Koers- en omrekeningsverschillen op vermogen deelneming   -37     -144
           
Mutatie liquide middelen   18.671     -18.606
Het verloop van de geldmiddelen is als volgt:          
Stand per 1 januari   1.140     19.746
Mutatie   18.671     -18.606
Stand per 31 december   19.811     1.140

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemeen

Activiteiten

De activiteiten van Stichting NHL Stenden Hogeschool, statutair gevestigd te Leeuwarden, bestaan voornamelijk uit het doen verzorgen en doen ontwikkelen van hoger beroepsonderwijs en het daarmee verband houdende of het daartoe bevorderlijke onderzoek.

Groepsverhoudingen

In de geconsolideerde jaarrekening zijn integraal verwerkt de financiële gegevens van het groepshoofd Stichting NHL Stenden Hogeschool, statutair gevestigd in de gemeente Leeuwarden en van haar groepsmaatschappijen waarin zij een overheersende zeggenschap heeft, te weten:

  • Stichting Steunfonds Stenden Hogeschool, te Leeuwarden
  • NHL Stenden Hospitality Group B.V., te Leeuwarden (voorheen Stenden University Hotel B.V.)
  • Wyswert Beheer B.V., te Leeuwarden
    • Stenden University Qatar B.V., te Leeuwarden
    • Stenden University South Africa B.V., te Leeuwarden
      • Educational Institute for Service Studies PTY Ltd, te Port Alfred (Zuid Afrika)
  • Beheersorganisatie Kenniscampus Leeuwarden B.V. te Leeuwarden
  • Kenniscampus Beheer B.V. te Leeuwarden
  • Kenniscampus C.V. te Leeuwarden

De Stichting NHL Stenden Hogeschool bezit 50% van de aandelen in de Kenniscampus Beheer B.V. en heeft een direct belang in de Kenniscampus C.V. van 48%. Ook Wyswert Beheer BV bezit 50% van de aandelen in de Kenniscampus Beheer B.V. en heeft een direct belang in de Kenniscampus C.V. van 48%. Het resterende belang van 4% van de Kenniscampus C.V. is bezit van de Kenniscampus Beheer B.V.

De Stichting NHL Stenden Hogeschool bezit daarnaast nog 50% van de aandelen in NHL Bedrijfsopleidingen ICT B.V., maar heeft daarin geen beslissende zeggenschap. De activiteiten van deze B.V. zijn al geruime tijd geleden beëindigd en de deelneming is afgewaardeerd tot nihil. Deze B.V. wordt daardoor niet opgenomen in de consolidatie.
 

De groepsmaatschappijen Stenden Professionals B.V., Stenden University Qatar B.V.en de Stichting Praktijk en Weteschap zijn in 2021 ontbonden.

Presentatie van cijfers

De bedragen in de jaarrekening, tabellen en toelichtingen zijn allen in duizenden Euro’s, tenzij anders aangegeven. Als gevolg van afrondingen zijn in een beperkt aantal gevallen geringe verschillen ontstaan in tellingen. Deze kleine afrondings­verschillen tasten de getrouwheid niet aan en zijn geen belemmering voor het verkrijgen van het vereiste inzicht. In de balans en de staat van baten en lasten zijn referenties opgenomen die verwijzen naar de genummerde toelichting.

Consolidatie

In de consolidatie van de Stichting NHL Stenden Hogeschool worden de financiële gegevens van de instelling opgenomen, samen met haar groepsmaatschappijen en andere instellingen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld met toepassing van de grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling van de Stichting NHL Stenden Hogeschool.

Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen waarop de instelling overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend op balansdatum.

De groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop de Stichting NHL Stenden Hogeschool een over­ heersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, worden in de consolidatie betrokken. De onderlinge verhoudingen en transacties worden hierbij geëlimineerd. Het eventuele aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat wordt afzonderlijk vermeld. Deelnemingen worden niet betrokken in de consolidatie, wanneer daarop geen overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend (geassocieerde deelnemingen).

Een belang in een joint venture wordt proportioneel geconsolideerd. Van een joint venture is sprake, indien als gevolg van een overeenkomst tot samenwerking, de zeggenschap door de deelnemers gezamenlijk wordt uitgeoefend.

Intercompanytransacties, intercompanywinsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaat­ schappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd, voor zover de resultaten niet door transacties met derden buiten de groep zijn gerealiseerd. Ongerealiseerde verliezen op intercompanytransacties worden ook geëlimineerd, tenzij er sprake is van een bijzondere waardevermindering. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen zijn, waar nodig, gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen voor de groep.

Verbonden partijen

Als verbonden partijen worden aangemerkt alle rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap, gezamen­ lijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen, die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van de instelling en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht. Voor een overzicht van de verbonden partijen wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans.

Pensioenen

De instelling heeft een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte of contractuele basispremies betaald door de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 105% vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekom­stige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Voor toegezegde bijdrageregelingen betaalt de instelling verplichte, contractuele of vrijwillige basispremies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Behalve de betaling van premies heeft de instelling geen verdere verplichtingen uit hoofde van deze pensioenregelingen.

Ultimo 2021 had het ABP een dekkingsgraad van 110,2% (ultimo 2020 93,2%).
De premie ten behoeve van de opbouw van de pensioenaanspraken bedraagt in 2021 25,9% (in 2020 24,9%) van het pensioengevend salaris, nadat deze is verminderd met de franchise van € 14.550 (2020 € 14.200).

Het pensioengevend salaris is in 2021 gemaximeerd op € 112.189 (2020 € 110.111). De jaarlijkse premie die voor rekening komt van de werkgever bedraagt 17,97% (2020 17,43%) van het pensioengevend salaris. De hoogte van de premie wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds op basis van de dek­kingsgraad en de verwachte rendementen.

Het ABP heeft een herstelplan ingediend dat is gebaseerd op de stand ultimo 2015 en waaruit blijkt op welke manier het fonds de financiële situatie binnen een aantal jaren kan herstellen. Het uiteindelijke doel van dit plan is dat de dekkingsgraad eind 2026 circa 128% bedraagt. In het herstelplan zijn o.a. de volgende mogelijke maat­regelen genoemd, die mede afhankelijk van de ontwikkeling van de dekkingsgraad, toegepast kunnen worden:

  • Verlagen van de (huidige en/of toekomstige) pensioenuitkeringen (voor de jaren 2018 tot en met 2021 is deze maatregel niet toegepast)
  • Het niet indexeren van de bestaande pensioenuitkeringen (sinds 2011 heeft er geen indexatie plaatsgevonden en in 2021 is dat ook niet gedaan)
  • Verbeteren van het rendement door aanpassen van de rekenrenten indien dit gerechtvaardigd is

Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten (zoals vorderingen en schulden), als afgeleide financiële instrumenten (derivaten) verstaan.

In de toelichting op de onderscheiden posten van de balans wordt de reële waarde van het betreffende instrument toegelicht als die significant afwijkt van de boekwaarde en benodigd is toe te lichten vanuit het geven van het vereiste inzicht.

Primaire financiële instrumenten

Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost van de ‘Grondslagen voor de waardering van activa en passiva’.

Alle in de balans opgenomen financiële instrumenten zijn gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

Omrekening van vreemde valuta’s

Vorderingen, schulden en verplichtingen in vreemde valuta’s worden omgerekend tegen de koers per balansdatum. Transacties in vreemde valuta’s gedurende de verslagperiode worden in de jaarrekening verwerkt tegen de koers die geldt op de datum van de transactie. De uit de omrekening per balansdatum voortvloeiende koersverschillen worden opgenomen in de winst en verliesrekening.

De buitenlandse groepsmaatschappijen en niet­ geconsolideerde deelnemingen kwalificeren als bedrijfs­ uitoefening in het buitenland met een andere functionele valuta dan die van de vennootschap. Voor de omrekening van de jaarrekening van deze bedrijfsuitoefening in het buitenland wordt de koers op balansdatum gehanteerd voor de balansposten en de wisselkoersen op de transactiedata voor de posten van de winst en verliesrekening. De omrekeningsverschillen die optreden, worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van het groepsvermogen gebracht.

Valutarisico

Voor het valutabeleid kiest NHL Stenden Hogeschool voor prudent en eenvoudig beleid, zonder complexe instrumenten, gericht op minimalisatie van (koers)risico’s. Hierbij hanteert NHL Stenden Hogeschool als prijs­ beleid dat tarieven met zoveel mogelijk in € worden overeengekomen. Voorts hanteert NHL Stenden Hogeschool als beleidslijn dat ontstane winsten van deelnemingen in het buitenland (Zuid Afrika en Qatar) zoveel mogelijk worden uitgekeerd als dividend.

Rente- & kasstroomrisico

De hogeschool conformeert zich aan de ‘regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016’. Deze regeling is met ingang van 1 juli 2016 van kracht geworden en vervangt de regeling beleggen en belenen voor onderwijs en onderzoek 2010. NHL Stenden heeft een strategie van niet speculeren, waarbij wordt uitgegaan van schatkistbankieren en het beleggen en belenen van middelen hoofdzakelijk bij het ministerie van Financiën. Ook voor het valutabeleid kiest de hogeschool voor prudent en eenvoudig beleid (geen complexe instrumenten), gericht op minimalisatie van de (koers)risico’s. De hogeschool heeft geen beleggingen en maakt geen gebruik van derivaten. We hebben geen niet­-onderwijsgerelateerde beleningen.

Krediet- en liquiditeitsrisico

NHL Stenden Hogeschool beperkt het kredietrisico door gebruik te maken van schatkistbankieren en door uitsluitend zaken te doen met debiteuren met een hoge kredietwaardigheid. Op balansdatum waren er geen significante concentraties van kredietrisico.
Er is geen sprake van significante vorderingen op één partij, buiten het schatkistbankieren om.
Door tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing worden liquiditeitsrisico’s beheerst.
 

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

Algemeen

Indien niet anders vermeld, zijn activa en passiva opgenomen tegen de geamortiseerde kostprijs.

Materiële vaste activa

De terreinen, gebouwen en schepen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs verminderd met de jaarlijkse lineaire afschrijvingen op basis van de geschatte levensduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Inventaris en apparatuur zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief direct toekenbare kosten, verminderd met de jaarlijkse afschrijvingen op basis van de geschatte levensduur.

Door de instelling wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de reali­seerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfs­waarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.

Kosten voor periodiek groot onderhoud worden geactiveerd onder de materiële vaste activa en daarop wordt vervolgens afgeschreven.

Subsidies in verband met de aanschaf van (materiele) vaste activa zijn gepassiveerd onder de materiele vaste activa. Deze subsidies worden tijdsevenredig over de geschatte economische levensduur van deze activa ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht en gepresenteerd in de afschrijvingskosten.

Financiële vaste activa

Deelnemingen waarop invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode (nettovermogenswaarde). Er wordt van uitgegaan dat er invloed van betekenis is, wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden.

De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening. Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover de instelling in deze situatie geheel of gedeeltelijk in staat voor de schulden van de deelneming, dan wel het stellige voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen, wordt hiervoor een voorziening getroffen.

De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening, uitgaande van de waarden bij eerste waardering. Als resultaat wordt het bedrag verantwoord waarmee de boekwaarde van de deelneming sinds de voorafgaande jaarrekening is gewijzigd als gevolg van het door de deelneming behaalde resultaat. Voor het geboekte, maar nog niet uitgekeerde resultaat van de deelnemingen wordt een wettelijke reserve aangehouden.

Deelnemingen waarop, geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Als resultaat wordt in aanmerking genomen het in het verslagjaar gedeclareerde dividend van de deelneming, waarbij niet in contanten uitgekeerde dividenden worden gewaardeerd tegen reële waarde.

De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op deelnemingen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde onder aftrek van transactiekosten. Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Bij de waardering wordt rekening gehouden met eventuele waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen van vaste activa.

Voorraden

De voorraden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder toepassing van de FIFO­-methode (“first in, first out”) of tegen lagere opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

Vorderingen en overlopende activa

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn, wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er, op basis van de effectieve rente, rente­inkomsten ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

De vorderingen betreffen onder andere externe debiteuren uit hoofde van contractactiviteiten en studenten inzake collegegelden.

Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering. Vorderingen ouder dan 90 dagen worden 100% voorzien tenzij er er separate betalingsafspraken zijn gemaakt.

Onderhanden projecten

De onderhanden projecten bestaan voornamelijk uit subsidieprojecten en projecten in opdracht van derden. De projecten worden gewaardeerd met behulp van de “percentage of completion” methode. Subsidies worden verantwoord op basis van de voortgang en op het moment dat het een redelijke zekerheid is dat aan de gestelde voorwaarden is voldaan. De op deze projecten gemaakte kosten, bestaande uit personeelslasten en kosten van derden, worden rechtstreeks in het resultaat geboekt. De ontvangen subsidievoorschot­ten of (vooruit) gefactureerde termijnen worden als "Overlopende posten projecten" op de balans opgenomen onder de overige schulden. Periodiek wordt de feitelijke voortgang van het project vastgesteld, waarna op basis van de voortgang een deel van de subsidie of projectopbrengst als vordering op de balans en tevens als bate op het project geboekt.

Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kastegoeden, banktegoeden en deposito’s. De tegoeden zijn direct opeisbaar, tenzij anders is vermeld. Rekeningcourant schulden bij banken en/of bij het Ministerie van Financiën zijn opgeno­men onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden en zijn daarmee geen liquide middelen. Liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van deze bedragen, tenzij anders is vermeld.

Langlopende en kortlopende schulden

Langlopende schulden worden bij de eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.
Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt, samen met de ver­schuldigde rentevergoeding, zodanig bepaald dat de effectieve rente gedurende de looptijd van de schulden in de staat van baten en lasten wordt verwerkt.

Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.

Salderen

Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:

  • een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen.
  • het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.

Niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen

Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle, of nagenoeg alle, rechten op economische voordelen en alle, of nagenoeg alle, risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Leasing

De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. Het contract wordt aangemerkt als een leaseovereenkomst als de nakoming van de overeenkomst afhankelijk is van het gebruik van een specifiek actief of de overeenkomst het recht van het gebruik van een specifiek actief omvat.

Grondslagen voor resultaatbepaling

Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten over het jaar. De opbrengsten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Rijksbijdrage

De ontvangen normatieve rijksbijdrage en de niet geoormerkte OCW-­subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig als baten verwerkt.

Niet normatieve rijksbijdragen betreffen niet-structurele toevoegingen aan de rijksbijdrage van onderwijsinstellingen waarbij expliciet is vermeld dat er sprake is van een niet normatieve rijksbijdrage. Niet normatieve rijksbijdragen worden voor zover deze niet zijn besteed in het boekjaar verwerkt als passief post op de balans.

Geoormerkte OCW-­subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van het resultaat gebracht naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waarvoor nog geen activiteiten zijn verricht per balans­datum, wordt verantwoord onder de overlopende passiva.

Geoormerkte OCW­-subsidies (doelsubsidies met een verrekeningsclausule) worden ten gunste van het resultaat gebracht in het jaar waarop de gesubsidieerde lasten in het resultaat zijn verantwoord. Niet bestede middelen worden verantwoord als overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen.

Overige rijksbijdragen

In de exploitatierekening is als bate het bedrag opgenomen dat aan het betreffende verslagjaar is toe te rekenen op basis van gerealiseerde bestedingen.

College-, cursus-, les- en examengelden

De collegegelden worden in de staat van baten en lasten verantwoord volgens het baten en lastenstelsel.
De verwerking van de vooruitgefactureerde collegegelden is conform het door Ministerie van OCW in 2017 uitgebrachte standpunt hierover. Dat standpunt houdt in dat vooruitgefactureerde collegegelden, welke nog niet zijn verschuldigd door de studenten, omdat die betrekking hebben op de periode januari­-augustus van het lopende collegejaar, op de balans zijn gesaldeerd met de collegegelddebiteuren. Dit heeft geen effect op het resultaat, het eigen vermogen of de kasstromen.

Overige exploitatiesubsidies

Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidi­eerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer zich een gesubsidieerd exploitatietekort heeft voorgedaan.

Verlenen van diensten

De verantwoording van opbrengsten uit de levering van diensten geschiedt naar rato van de geleverde presta­ties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding van de in totaal te verrichten diensten.

Afschrijvingen

Materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toe­komstige gebruiksduur van het actief.  Boekwinsten of boekverliezen worden verantwoord en toegelicht onder de Overige baten dan wel Overige lasten.

Personeelsbeloningen

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de ver­antwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

Vennootschapsbelasting

De ‘Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen’ is in werking getreden per 1 januari 2016. Deze wet leidt er toe dat onderwijsinstellingen in beginsel vennootschapsbelastingplichtig zijn.
In de wet is een specifieke vrijstelling opgenomen voor onderwijsinstellingen die bekostigd onderwijs verrichten en voldoen aan de in de wet opgenomen voorwaarden. De Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft vastgesteld dat zij voor de Stichting NHL Stenden Hogeschool voldoet aan de voorwaarden om een beroep te kunnen doen op de onderwijsvrijstelling en is derhalve vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

De vrijstelling geldt echter niet voor de besloten vennootschappen die als groepsmaatschappij in de jaarrekening zijn opgenomen. De vennootschapsbelasting is berekend tegen het geldende tarief over het resultaat van het boekjaar, waarbij rekening is gehouden met permanente verschillen tussen de winstberekening volgens de jaarrekening en de fiscale winstberekening.

Grondslagen voor de opstelling van het geconsolideerd kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroom­ overzicht bestaan uit de liquide middelen.

Kasstromen in vreemde valuta’s worden omgerekend tegen de gemiddelde koers van begin en einde boekjaar. Koersverschillen inzake geldmiddelen worden afzonderlijk in het kasstroomoverzicht getoond.

Betaalde vennootschapsbelasting, ontvangen interest en ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde interest en betaalde dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

De verkrijgingsprijs van verworven groepsmaatschappij wordt opgenomen onder de kasstroom uit investerings­activiteiten, voor zover betaling in geldmiddelen heeft plaatsgevonden. Hierbij worden geldmiddelen aanwezig in deze groepsmaatschappijen afgetrokken van de aankoopprijs.

Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt, waaronder financial leasing, worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betalingen van de leasetermijnen uit hoofde van het financial leasecontract worden gepresenteerd als aflossingen van schulden voor het aflossingsbestanddeel en als betaalde interest voor het interestbestanddeel.

Toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2021

1. Activa

Vaste activa

1.1.2. Materiële vaste activa 1.1.2.1. 1.1.2.2. 1.1.2.3. 1.1.2.4.  
  Bedrijfs- gebouwen en -terreinen Inventaris en apparatuur Gebouwen in aanbouw Egalisatie- rekening Totaal
 
Stand per 1 januari 2021          
Aanschafwaarde 196.986 79.862 2.465 -8.766 270.547
Afschrijvingen -73.257 -34.934  -  3.162 -105.029
           
Boekwaarden 123.729 44.928 2.465 -5.604 165.518
           
Mutaties          
Investeringen 2.679 5.599  -   -  8.278
Desinvesteringen -395 -4.395  -   -  -4.790
Herclassicificatie aanschafwaarde 2.465  -  -2.465  -   - 
Afschrijvingen -5.481 -7.649  -  252 -12.878
Afschrijvingen desinvesteringen 395 4.395  -   -  4.790
Saldo -337 -2.050 -2.465 252 -4.600
           
Stand per 31 december 2021          
Aanschafwaarde 201.735 81.066  -  -8.766 274.035
Afschrijvingen -78.343 -38.188  -  3.414 -113.117
           
Boekwaarden 123.392 42.878  -  -5.352 160.918

De subadministratie van de vaste activa is geschoond van activa die volledig waren afgeschreven en buiten gebruik waren gesteld. Deze activa hebben geen opbrengst.

In het verslagjaar is regulier geïnvesteerd in het vervangen en verbeteren van de huisvesting en in het leer-­ en ervaringsbedrijf NHL Stenden Hospitality Group B.V..

Afschrijvingspercentages %
1.1.2.1. Bedrijfsgebouwen en ­terreinen 0 - 7
1.1.1.3. Inventaris en apparatuur 10 - 25
1.1.1.4. In uitvoering en vooruitbetalingen 0
1.1.1.5. Egalisatierekening 2 - 10
1.1.3. Financiële vaste activa 31-12-2020 Mutatie 2021 31-12-2021
1.1.3.2. Andere deelnemingen      
  Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. 131  -  131
         
1.1.3.3. Overige langlopende vorderingen      
  Lening IO Vivat 2015 12 -3 9
  Lening IO Vivat 2019 15 -1 14
    27 -4 23
         
  Totaal financiële vaste activa 158 -4 154

1.1.3.2. Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A.

De Stichting NHL Stenden Hogeschool is in 2013 een samenwerking aangegaan met vijf andere onderwijs­ instellingen onder de naam Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. Het doel van de samenwerking is het leveren van een bijdrage aan de maritieme sector door het aanbieden van kwalitatief goed onderwijs in de maritieme sector in de brede zin. Het aandeel in de Coöperatie van de Stichting NHL Stenden Hogeschool is 32,7%.

1.1.3.3. Overige langlopende vorderingen

Lening IO Vitat 2015
Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft in 2015 een lening verstrekt aan de studentenvereniging IO Vivat Nostrorum Sanitas. De hoofdsom van de lening bedraagt € 27.000. De aflossing bedraagt € 1.350 per halfjaar. De looptijd van de lening bedraagt 10 jaar. Het rentepercentage bedraagt 1% per jaar. Er zijn geen zekerheden gesteld.

Lening IO Vitat 2019
Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft in 2019 een lening verstrekt aan de studentenvereniging IO Vivat Nostrorum Sanitas. De hoofdsom van de lening bedraagt € 15.000. De aflossing bedraagt € 750 per halfjaar. De looptijd van de lening bedraagt 10 jaar. Het rentepercentage bedraagt 1% per jaar. Er zijn geen zekerheden gesteld.

Vlottende activa

1.2.1. Voorraden 31-12-2021 31-12-2020
   
1.2.1.1. Grond­- en hulpstoffen 47 69
1.2.1.2. Gereed product en handelsgoederen 97 100
    144 169
1.2.2. Vorderingen 31-12-2021 31-12-2020
   
1.2.2.1. Debiteuren    
1.2.2.1.1. Studentdebiteuren 574 568
1.2.2.1.2. Overige debiteuren 2.075 3.295
    2.649 3.863
  Voorziening dubieuze debiteuren -650 -952
    1.999 2.911
       
1.2.2.11. Belastingen en premies sociale verzekeringen    
  Omzetbelasting  -  30
  Vennootschapsbelasting 117 73
    117 103
       
1.2.2.15. Overige kortlopende vorderingen en overlopende activa    
  Personeelsvoorschotten 107 112
  Overlopende posten projecten 2.641 4.637
  Vooruitbetaalde kosten 2.832 2.613
  Overige vorderingen 2.107 2.836
    7.687 10.198
  Totaal vorderingen 9.803 13.212

De vordering op ‘studentdebiteuren’ bestaat voor het overgrote deel uit collegegeldvorderingen voor het collegejaar 2021/2022. Onder overige debiteuren zijn begrepen vorderingen op derden uit hoofde van verhuur en overige activiteiten.

Onder ‘overlopende posten projecten’ zijn begrepen vooruit ontvangen bedragen minus gerealiseerde opbrengsten door de besteding van kosten aan personeel, diensten en materialen die op balansdatum nog niet zijn gefactureerd.

Onder ‘vooruitbetaalde kosten’ zijn de uitgaven voor licenties wegens onderhoudscontracten inbegrepen, waarvan de prestatie in 2022 wordt geleverd. 

Onder ‘overige vorderingen’ zijn vorderingen opgenomen op collega hogescholen en partners waarmee gezamenlijke activiteiten worden uitgevoerd.

Er zijn geen vorderingen opgenomen met een verwachte looptijd langer dan één jaar.

1.2.4. Liquide middelen 31-12-2021 31-12-2020
   
1.2.4.1. Kas 16 8
1.2.4.2. Banken 1.060 1.132
1.2.4.3. Schatkistbankieren Ministerie van Financiën 18.735  - 
    19.811 1.140

Bij het ministerie van Financiën heeft de Stichting NHL Stenden Hogeschool de mogelijkheid krediet in rekening courant op te nemen ten bedrage van € 11,7 miljoen. Verder heeft de Stichting NHL Stenden Hogeschool de beschikking over een intraday kredietfaciliteit ter hoogte van € 23,6 miljoen.

De liquide middelen staan ter vrije beschikking.

2. Passiva

2.1. Eigen vermogen Saldo per 31-12-2020 Mutaties 2020 Bestemming resultaat 2020 Saldo per 31-12-2020 na bestemming resultaat Mutaties 2021 Bestemming resultaat 2021 Saldo per 31-12-2021
   
2.1.1. Algemene reserve publieke gelden 51.794  -  1.102 52.896  -  15.329 68.225
2.1.2. Algemene reserve private gelden 7.751 464 -1.980 6.235 -315 -140 5.780
2.1.3. Reserve omrekeningsverschillen (wettelijke reserve) -284 -622  -  -906 278  -  -628
    59.261 -158 -878 58.225 -37 15.189 73.377

Toelichting eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de in voorgaande jaren opgebouwde exploitatieresultaten van de diverse organisatieonderdelen. Hierin is tevens een scheiding opgenomen naar publieke en private middelen.

De algemene reserve private gelden bestaat deels uit een wettelijke reserve. Deze wettelijke reserve bestaat uit een reserve omrekeningsverschillen. De reserve omrekeningsverschillen wordt veroorzaakt door de omrekening van vermogen en resultaat van de deelneming Stenden South Africa B.V. De opgenomen wettelijke reserve in verband met de overige buitenlandse deelnemingen is vrijgevallen in verband met de ontbinding van Stenden University Qatar B.V.. Per 31-12-2021 is enkel Stenden South Africa B.V. nog aanwezig als buitenlandse deelneming.

Financiële toelichting wettelijke reserve
De wettelijke reserve wordt gevormd voor het geboekte resultaat van de buitenlandse deelnemingen. Het resultaat van de deelnemingen wordt bepaald met behulp van de vermogensmutatiemethode.

Deze totale wettelijke reserve bedraagt ultimo 2021 € 628.000 (2020 : €906.000). De mutatie van € 278.000 heeft betrekking op de mutatie omrekeningsverschillen in verband met de vrijval van de wettelijke reserve van de geliquideerde deelnemingen € 277.000 en de omrekenverschillen van Stenden South Africa B.V. € 1.000.

Verloop inzake verschil eigen vermogen Stand per 31–12–2021 Stand per 31–12–2020
 
Enkelvoudig vermogen Stichting NHL Stenden Hogeschool 72.481 57.336
Eigen vermogen Stichting Steunfonds Stenden Hogeschool 896 889
Groepsvermogen Stichting NHL Stenden Hogeschool 73.377 58.225

Toelichting geconsolideerd vermogen / enkelvoudig vermogen
Per 31-12-2021 wijkt het enkelvoudig vermogen van Stichting NHL Stenden Hogeschool af van het geconsolideerde vermogen van de Stichting. Het verschil van (afgerond) € 896.000 (2020 € 889.000) wordt veroorzaakt door het opnemen van het vermogen van de groepsmaatschappij Stichting Steunfonds Stenden Hogeschool in de geconsolideerde cijfers van Stichting NHL Stenden Hogeschool.

Geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat (x € 1.000) 2021 2020
 
Resultaat na belastingen 15.189 -878
Rechtstreekse mutatie in het eigen vermogen    
Nagekomen resultaat bedrijfsuitoefening in het buitenland -38  - 
Omrekenverschillen bedrijfsuitoefening in het buitenland 1 -158
Totaalresultaat 15.152 -1.036

Toelichting rechtstreekse vermogensmutaties
Gedurende 2021 hebben er twee rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen plaatsgevonden namelijk -€ 38.000 in verband met het nagekomen resultaat 2020 Stenden South Africa B.V. en € 1.000 in verband met de omrekenverschillen Stenden South Africa B.V.

2.2. Voorzieningen Saldo per 31-12-2020 Dotaties Onttrekkingen Vrijval Saldo per 31-12-2021
   
2.2.1. Personeelskostenvoorzieningen          
             
2.2.1.1. Voorziening voor jubileumuitkeringen 1.873  329  92  -  2.110
2.2.1.2.1. Voorziening Werktijdvermindering Senioren 8.206  2.503  1.503  145  9.061
2.2.1.2.2. Voorziening Duurzame Inzetbaarheid personeel 1.598  -   -   173  1.425
2.2.1.3. Voorziening Eigen Risico WAO/WIA 1.170  314  349  -  1.135
2.2.1.4. Voorziening wachtgelden 947  576  678  -  845
  Totaal personeelsvoorzieningen 13.794 3.722 2.622 318 14.576
             
2.2.4. Belastingvoorziening 14  -  14  -   - 
  Totaal voorzieningen 13.808 3.722 2.636 318 14.576
2.2.1. Onderverdeling saldo voorzieningen naar looptijd Stand per 31-12-2021 < 1 jaar 1 - 5 jaar > 5 jaar
   
2.2.1.1. Voorziening voor jubileumuitkeringen  2.110   100   400   1.610 
2.2.1.2.1. Voorziening Werktijdvermindering Senioren  9.061   1.500   5.000   2.561 
2.2.1.2.2. Voorziening Duurzame Inzetbaarheid personeel  1.425   500   925   - 
2.2.1.3. Voorziening Eigen Risico WAO/WIA  1.135   350   785   - 
2.2.1.4. Voorziening wachtgelden  845   700  145  - 
  Totaal voorzieningen 14.576  3.150  7.255  4.171 

2.2.1.1. Voorziening voor jubileumuitkeringen

Op grond van hoofdstuk H artikel 5.2 van de CAO voor het HBO hebben werknemers recht op een gratificatie bij het bereiken van een 25-­jarig, een 40-­jarig en een 50-­jarig dienstverband ter grootte van resp. 50%, 100% en 100% van het bruto inkomen per maand. De voorziening heeft betrekking op de per de balansdatum opgebouwde rechten. Er wordt rekening gehouden met een blijfkans van het aanwezige personeel per ultimo van het verslag­jaar. De blijfkans is gebaseerd op een natuurlijk verloop percentage van 5% per jaar. Daarnaast is rekening gehouden met een disconteringsvoet van 0,5% en met een salarisstijging van 1,7%.

2.2.1.2.1. Voorziening werktijdvermindering senioren

In de CAO voor het Hoger Beroepsonderwijs 2018-2020 wordt in artikel M2 Werktijdvermindering Senioren beschreven dat werknemers, die de leeftijd van 10 jaar voor hun pensioendatum hebben bereikt, recht hebben op werktijdverkorting tegen inlevering van een deel van het salaris. Zij moeten voldoen aan de volgende twee criteria: een arbeidsovereenkomst van 0,4 FTE of hoger en daarnaast moeten ze vijf aaneengesloten jaren werkzaam zijn in het HBO. Binnen de regeling zijn vijf categorieën medewerkers waarmee bij de berekening van de voorziening rekening moet worden gehouden. Deze categorieën zijn:

Categorie A: medewerkers die al deelnemen aan een vergelijkbare regeling. Deze medewerkers mogen niet deelnemen aan de werktijdvermindering senioren en daarom bestaat er voor deze medewerkers geen toekom­stige verplichting.

Categorie B: dit zijn de medewerkers die reeds deelnemen aan de regeling.

Categorie C: dit betreft alle medewerkers die voldoen aan de genoemde criteria, maar die nog niet feitelijk hebben aangegeven dat zij gaan deelnemen aan de regeling.

Categorie D: dit betreft alle medewerkers die aan één of geen van beide criteria voldoen om in aanmerking te komen voor gebruik maken van de regeling, maar binnen vijf jaar aan beide criteria zullen voldoen.

Categorie E: dit betreft alle medewerkers die nog niet aan alle criteria voldoen om in aanmerking te komen voor deelname aan de regeling en naar verwachting ook niet binnen vijf jaar aan deze criteria zullen gaan voldoen.

De categorieën B, C en D zijn in de voorziening opgenomen.

Bij de berekening van de voorziening wordt rekening gehouden met het huidige salaris, het kortingspercentage, de eigen bijdrage, de werkgeverslasten en schattingen voor de deelnamekans en de blijfkans. 

Op grond van het aantal actieve deelnemers aan de regeling, gecombineerd met het aantal actieve deelnemers aan de nog lopende SOP­-regeling, is de deelnamekans ingeschat en bepaald op 27% (2020 27%).

De waardering is tegen contante waarde, waarbij rekening is gehouden met een disconteringsvoet van 0,5% met een stijging van de salariskosten van 1,7% per jaar. Verder wordt rekening gehouden met een blijfkans die is gebaseerd op een natuurlijk verloop van 5% per jaar.

2.2.1.2.2. Voorziening duurzame inzetbaarheid personeel

Op grond van hoofdstuk M van de CAO voor het HBO hebben werknemers met een dienstverband van tenminste 0,4 fte in het kader van duurzame inzetbaarheid recht op maximaal 40 uur en vanaf een bepaalde leeftijd nog eens maximaal 50 uur. Deze uren mochten over een periode van vijf jaar worden gespaard. Voor dat aantal gespaarde uren in 2020 is een voorziening opgenomen. De voorziening is berekend met een gemiddeld uurtarief.
Met ingang van 1 september 2020 is de mogelijkheid om uren te sparen beëindigd. Voor 1 september 2023 moeten de uren worden besteed aan de in de CAO genoemde doelen. Ook kunnen de uren worden gebruikt voor doelen in het kader van het keuze menu arbeidsvoorwaarden.
Er wordt rekening gehouden met een disconteringsvoet van 0,5% en met een salarisstijging van 1,7%.

2.2.1.3. Voorziening eigen risico WAO/WIA

De Stichting NHL Stenden Hogeschool is eigen risicodrager voor de wet Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Als gevolg hiervan heeft Stichting NHL Stenden Hogeschool de verplichting op zich genomen om de kosten van de uitkeringen van de betreffende voormalige werknemers te betalen. De maximale duur van deze verplichting is per werknemer 10 jaar.
De voorziening is berekend op basis van facturen van het UWV, een inventarisatie van de langdurig zieke personeelsleden en door voor de resterende looptijd de contante waarde te nemen (disconteringsvoet 0,5 %) van de WGA­-uitkeringen die voor eigen rekening komen. De in het boekjaar betaalde uitkeringen zijn aan de voorziening onttrokken.

2.2.1.4. Voorziening wachtgelden

De Stichting NHL Stenden Hogeschool is wettelijk verplicht eigen risicodrager voor de uitkeringen van per­soneelsleden waarvan het dienstverband is beëindigd, niet zijnde om redenen van pensionering, met betrekking tot het wettelijke en het bovenwettelijke deel van de WW-­uitkeringen. De belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van deze WW­-verplichtingen is de beëindiging van tijdelijke arbeidscontracten.

De voorziening wordt gebaseerd op de te betalen bedragen voor de wettelijke en bovenwettelijke uitkeringen conform de opgaven van het UWV en het APG tot het einde van de WW-­periode resp. BWWW-periode. De waardering is tegen contante waarde met een disconteringsvoet van 0,5% per jaar en een sterftekans van 1,5% per jaar.

2.3. Langlopende schulden

Hypothecaire leningen

  Hypothecaire leningen Langlopend 31-12-2020 Kortlopende schuld 31-12-2020 Saldo leningen 31-12-2020 Aflossing 2021 Stand per 31-12-2021 Kortlopende schuld 31-12-2021 Langlopend 31-12-2021
   
2.3.1.1. Lening Ministerie van Financiën 1583 4.629 289 4.918 290 4.628 289 4.339
2.3.1.2. Lening Ministerie van Financiën 1476 1.400 175 1.575 175 1.400 175 1.225
2.3.1.3. Lening Ministerie van Financiën 0600 8.750 1.250 10.000 1.250 8.750 1.250 7.500
2.3.1.4. Lening Ministerie van Financiën 1219 6.000 750 6.750 750 6.000 750 5.250
2.3.1.5. Lening Ministerie van Financiën 3008 22.500 834 23.334 834 22.500 833 21.667
    43.279 3.298 46.577 3.299 43.278 3.297 39.981
  Hypothecaire leningen naar looptijd Langlopend 31-12-2021 Resterende looptijd 1 - 5 jaar Resterende looptijd > 5 jaar
   
2.3.1.1. Lening Ministerie van Financiën 1583  4.339  1.156 3.183
2.3.1.2. Lening Ministerie van Financiën 1476  1.225  700 525
2.3.1.3. Lening Ministerie van Financiën 0600  7.500  5.000 2.500
2.3.1.4. Lening Ministerie van Financiën 1219  5.250  3.000 2.250
2.3.1.5. Lening Ministerie van Financiën 3008  21.667  3.336 18.331
     39.981   13.192   26.789 
         

2.3.1.1. Lening Ministerie van Financiën 1583

In 2007 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 9 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 30 jaar. Het rentepercentage bedraagt 0,77%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 289.286 en wordt voldaan in maart. De resterende looptijd bedraagt 16 jaar.

2.3.1.2. Lening Ministerie van Financiën 1476

In 2009 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 3,5 miljoen afgesloten. Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 20 jaar. Het rentepercentage bedraagt 3,75%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 175.000 en wordt voldaan in augustus. De resterende looptijd bedraagt 8 jaar.

2.3.1.3. Lening Ministerie van Financiën 0600

In 2005 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 25 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 22 jaar. Het rentepercentage bedraagt 3,83%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 1.250.000. De resterende looptijd bedraagt 7 jaar. 

2.3.1.4. Lening Ministerie van Financiën 1219

In 2008 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 15 miljoen afgesloten. Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 22 jaar. Het rentepercentage bedraagt 4,61%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 750.000. De resterende looptijd bedraagt 8 jaar.

2.3.1.5. Lening Ministerie van Financiën 3008

In 2018 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 25 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 30 jaar. Het rentepercentage bedraagt 1,02% De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 833.333,33 en wordt voldaan in mei. De resterende looptijd bedraagt 27 jaar.

Zekerheden leningen Ministerie van Financiën:

a) Eerste hypotheek tot een bedrag van € 56.628.929 op de panden met ondergrond aan de Rengerslaan 8, alsmede op de panden met ondergrond die daaraan grenzen en die bij de Stichting NHL Stenden in eigendom zijn of waarvan zij het recht van erfpacht heeft voor onbepaalde tijd.

b) Eerste hypotheek tot een bedrag van € 40.000.000 op het complex “De Bouhof” gelegen op het perceel Rengerslaan 10 te Leeuwarden, alsmede op het perceel Dokkumertrekweg 39 te Leeuwarden.

c) Pandrecht op roerende zaken die bestemd zijn om hetgeen onder a. en b. is genoemd duurzaam te dienen en door hun vorm als zodanig zijn te herkennen en op machines en werktuigen die bestemd zijn om daarin een bedrijf uit te oefenen.

Tevens het pandrecht op hetgeen aan a. en b. is toegevoegd of veranderd.

2.4. Kortlopende schulden

2.4. Kortlopende schulden 31-12-2021 31-12-2020
   
2.4.3. Kredietinstellingen    
  Aflossingverplichtingen langlopende leningen 3.297 3.297
  Schatkistbankieren Ministerie van Financiën  -  218
    3.297 3.515
       
2.4.8. Crediteuren 8.121 8.841
       
2.4.9. Belastingen en premies sociale verzekeringen    
  Loonheffing 8.804 8.024
  Omzetbelasting 136  - 
  Overig 15 10
    8.955 8.034
       
2.4.10. Schulden terzake van pensioenen 2.553 2.213
       
2.4.12. Overige schulden en overlopende passiva    
  Reservering vakantiedagen en -geld 6.720 6.364
  Te betalen lonen en salarissen 4 1
  Vooruitontvangen bedragen 2.754 2.330
  Vooruitontvangen collegegelden 11.857 18.865
  Te betalen rente 669 747
  Overlopende posten projecten 8.319 10.257
  Vooruitontvangen NPO-gelden OCW 5.785  - 
  Vooruitontvangen doelsubsidies OCW/EL&I geoormerkt 402 640
  Overige schulden 3.460 3.078
    39.970 42.282
  Totaal kortlopende schulden 62.896 64.885

Onder de ‘crediteuren’ zijn begrepen de aan derden verschuldigde bedragen voor leveringen en diensten die op balansdatum nog niet zijn betaald. Hieronder zijn begrepen de verschuldigde bedragen voor de inhuur van personeel, aanschaf van inventaris, schoonmaak, verbouwingen alsmede (tussentijdse) afdrachten uit hoofde van projecten met andere hogescholen.

Onder ‘vooruitontvangen bedragen’ zijn begrepen de van studenten ontvangen bedragen in het kader van Grand Tour. Met deze gelden worden o.a. accommodaties betaald. Voorts zijn hieronder begrepen de borg­ sommen die zijn ontvangen van toekomstige studenten van buiten de EU. Bij definitieve inschrijving vindt restitutie of verrekening plaats.

Onder de ‘vooruitontvangen collegegelden’ zijn begrepen de ontvangen bedragen voor collegejaar 2021/2022 die betrekking hebben op kalenderjaar 2022. Deze schuld is afgenomen in verband met de halvering collegegeld.
De overlopende posten projecten betreffen vooruitgefactureerde termijnen van onderhanden projecten. 
In 2021 is er € 26,3 miljoen ontvangen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Gedurende 2021 is hiervan € 20,5 miljoen  gerealiseerd. Het restant van € 5,8 miljoen is opgenomen als kortlopende schuld.
Een toelichting op de geoormerkte doelsubsidies OCW/EL&I is opgenomen als bijlage (model G) bij de jaarrekening.

Onder de opgenomen overige schulden en overlopende passiva bevinden zich geen posten met een looptijd van meer dan een jaar.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Meerjarige financiële rechten

(x € 1.000)

Niet in de balans opgenomen rechten        
Soort recht Totaal Voor 2022 Looptijd 1 – 5 jaar Looptijd > 5 jaar
Verhuurovereenkomsten 603 246 357  - 
  603 246 357  - 

Verhuurovereenkomsten
Onder verhuurovereenkomsten zijn diverse contracten ten aanzien van verhuur van ruimtes opgenomen.
 

Meerjarige financiële verplichtingen

(x € 1.000 exclusief omzetbelasting)

Niet uit de balans blijkende verplichtingen        
Soort verplichting Totaal Voor 2022 Looptijd 1 – 5 jaar Looptijd > 5 jaar
Huurovereenkomsten 4.404 1.208 2.040 1.156
Onderhoudscontracten 1.299 434 865  - 
Samenwerkingsovereenkomsten 1.142 333 809  - 
Licenties 4.726 3.098 1.628  - 
Overige overeenkomsten 14.085 6.232 6.269 1.584
  25.656 11.305 11.611 2.740
         

NHL Stenden heeft met een aantal leveranciers op basis van Europese en Nationale aanbestedingen (langlopende) contracten (beveiliging, schoonmaak, onderhoud, licenties etc.) afgesloten. Deze verplichtingen zijn niet in de balans opgenomen.

Bankgarantie
Voor de huurovereenkomst tussen Watersteeg B.V. en Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft NHL Stenden een bankgarantie van de ING Bank N.V. afgegeven. Het huurbedrag van € 21.767,- heeft betrekking op de huur van ruimtes van het College Campus Meppel (Blankenstein 540).

Fiscale eenheid
Stichting NHL Stenden Hogeschool vormt met haar dochtermaatschappijen, Wyswert Beheer B.V., NHL Stenden Hospitality Group B.V. , Stenden South Africa B.V. en Stenden University Qatar B.V. een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Op grond daarvan is de Stichting NHL Stenden Hogeschool aansprakelijk voor de belastingschuld van de fiscale eenheid als geheel.

Aansprakelijkheidsstelling
Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft een 403-verklaring afgegeven voor Wyswert Beheer BV. Dit betekent dat Stichting NHL Stenden Hogeschool hoofdelijk aansprakelijk is voor de schulden die voortvloeien uit aangegane rechtshandelingen van Wyswert Beheer BV.
 

Campus Terschelling
Woningbouwstichting De Veste heeft in overleg met de Gemeente en de NHL in 2015 besloten om over te gaan tot de realisatie van een campusgebouw ten behoeve van het MIWB op Terschelling. De Veste en de NHL zijn hierbij overeengekomen dat, ingeval het MIWB niet langer gevestigd zal zijn op Terschelling waardoor het onderwijs op Terschelling beëindigd zal worden, de NHL het campusgebouw en de ondergrond op schriftelijk verzoek van de Veste zal overnemen. De eventuele overnameprijs zal gebaseerd worden op de RICS Red Book methode die een reële benadering geeft van de werkelijke verkoopprijs. Deze verplichting is aangegaan op 15 juli 2017 en blijft gedurende een termijn van 50 jaar in stand. In 2018 is de verhuur op Terschelling door WoonFriesland overgenomen van De Veste.

Toelichting op de geconsolideerde staat van baten en lasten over 2021

3. Baten

3.1. Rijksbijdragen Baten 2021 Begroting 2021 Baten 2020
   
3.1.1. Normatieve rijksbijdrage 187.416 163.561 155.593
3.1.2. Niet normatieve rijksbijdrage 1.500    - 
3.1.3 Overige rijksbijdragen 678 267 768
    189.594 163.828 156.361

De rijksbijdrage is in 2021 € 33,2 miljoen hoger dan in 2020. De hogere bijdrage wordt onder andere veroorzaakt door de compensatie halvering collegegelden en door de compensatie van de loonkostenstijging. In 2021 is er € 26,3 miljoen ontvangen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Hiervan wordt € 5,8 miljoen besteed in 2023. Dit bedrag is verantwoord onder de overige schulden (zie ook 2.14.12.) Van de NPO-gelden is per saldo € 20,5 miljoen in 2021 als bate verantwoord.
De realisatie van 2021 is € 25,8 miljoen hoger dan begroot. Dit is te verklaren door: € 20,5 miljoen NPO-middelen (structurele middelen, compensatie ter dekking van de halvering van de collegegelden en de corona-enveloppe), € 3,6 miljoen loon- en prijscompensatie, € 0,5
miljoen bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen, € 1,0 miljoen in verband met stijging van het
macrokader en € 0,2 miljoen in verband met een hoger gerealiseerde overige rijksbijdrage.

Niet normatieve rijksbijdragen betreffen niet-structurele toevoegingen aan de rijksbijdrage van onderwijsinstellingen waarbij expliciet is vermeld dat er sprake is van een niet normatieve rijksbijdrage. Niet normatieve rijksbijdragen worden, voor zover deze niet zijn besteed in het boekjaar, verwerkt als passiefpost op de balans.

Voor een nadere toelichting van de overige rijksbijdragen verwijzen wij u naar het model G, dat als bijlage aan deze jaarrekening is toegevoegd.

3.2. Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden Baten 2021 Begroting 2021 Baten 2020
   
  Subsidiebaten 6.137 6.033 5.851
3.3. (Wettelijke) college-, cursus-, les- en examengelden Baten 2021 Begroting 2021 Baten 2020
   
  Collegegelden 41.504 43.844 48.334

De baten van college­, cursus­, les­ en examengelden is ten opzichte van 2020 gedaald met € 6,8 miljoen. Deze daling is het gevolg van de halvering collegegeld. Deze halvering is gecompenseerd in de rijksbijdrage.

3.4 Baten werk in opdracht van derden Baten 2021 Begroting 2021 Baten 2020
   
3.4.1. Contractonderzoek en -onderwijs 6.429 6.277 5.772
3.4.5.1. Omzet Horeca Operations 1.191 2.745 516
    7.620 9.022 6.288

De baten werk in opdracht van derden zijn € 1,3 miljoen hoger dan in 2020. In 2020 had de Covid-19 pandemie meer invloed dan in 2021. Daarnaast was het Notiz Hotel in 2020 verband met de verbouwing tijdelijk gesloten waardoor de baten in 2020 lager waren.

3.5 Overige baten Baten 2021 Begroting 2021 Baten 2020
   
3.5.1. Verhuuropbrengsten 290 286 276
3.5.2. Detacheringen personeel 1.127 727 1.310
3.5.3. Diverse overige opbrengsten 2.967 2.702 2.535
    4.384 3.715 4.121

4. Lasten

4.1 Personeelslasten Lasten 2021 Begroting 2021 Lasten 2020
   
4.1.1.1. Brutolonen en salarissen 127.082 155.446 119.671
4.1.1.2. Sociale lasten 16.423   14.978
4.1.1.3. Pensioenlasten 21.384   18.767
4.1.2. Overige personeelslasten 14.078 13.248 15.331
    178.967 168.694 168.747
4.1.2. Overige personeelslasten Lasten 2021 Begroting 2021 Lasten 2020
   
4.1.2.1. Dotatie personele voorzieningen 3.723 3.193 4.120
4.1.2.2. Personeel niet in loondienst 6.883 5.487 7.676
4.1.2.3. Overige personeelskosten 4.732 4.568 4.339
4.1.2.4. Ontvangen ziekegelduitkeringen -942   -619
4.1.2.5 Vrijval personele voorzieningen -318   -185
    14.078 13.248 15.331

De personeelslasten zijn in 2021 toegenomen met € 10,2 miljoen. Deze groei wordt vooral verklaard door een hogere formatie (€ 7,2 miljoen) en de stijging van de pensioenpremie en de sociale lasten (€ 4,0 miljoen). 
Ten opzichte van de begroting is er een overschrijding van € 10,3 miljoen. De afwijking wordt voornamelijk veroorzaakt door zowel een hogere formatie (€7,2 miljoen) als een stijging van de gemiddelde personele last (€ 2,1 miljoen als gevolg van de eenmalige CAO-uitkering van € 880 en de gestegen pensioenpremies). Om de studenten extra ondersteuning te kunnen geven, is met behulp van de ontvangen NPO-middelen extra personeel ingezet.
De daling in de overige personeelslasten ten opzichte van 2020 van € 1,3 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door minder inzet van personeel niet in loondienst. 

Personeelsleden
Binnen de groep waren in 2021 gemiddeld 1.943 fte werkzaam (2020: 1.852 fte). Dit is exclusief het personeel van de International Campus. Inclusief de International Campus Zuid Afrika waren er gemiddeld 2.026 fte werkzaam (2020: 1.956 fte).

4.2. Afschrijvingen Lasten 2021 Begroting 2021 Lasten 2020
   
4.2.1 Bedrijfsgebouwen en - terreinen 5.481 9.700 4.728
4.2.2 Inventaris en apparatuur 7.649 3.048 7.211
4.2.3 Vrijval egalisatierekening -252   -252
    12.878 12.748 11.687
4.3. Huisvestingslasten Lasten 2021 Begroting 2021 Lasten 2020
   
4.3.1. Huur 1.854 1.308 2.144
4.3.2. Verzekeringen 209   148
4.3.3. Onderhoud onroerend goed 1.673 2.044 2.068
4.3.4. Energie en water 1.592 1.494 1.546
4.3.5. Schoonmaakkosten 2.305 2.337 2.492
4.3.6. Wettelijke lasten 908 966 982
4.3.8.1. Bewakingskosten 392 500 464
4.3.8.2. Overige huisvestingslasten 500 653 719
    9.433 9.302 10.563

Ten opzichte van 2020 zijn de huisvestingslasten € 1,1 miljoen gedaald, wat onder andere wordt veroorzaakt door de lagere huurlasten en lagere onderhoudskosten, omdat de bezetting van de gebouwen lager was in verband met Covid-19. 

4.4. Overige lasten Lasten 2021 Begroting 2021 Lasten 2020
   
4.4.1. Administratie- en beheerslasten 9.672 9.270 10.007
4.4.2. Inventaris- en apparatuurkosten 8.370 6.706 8.734
4.4.3. Leermiddelen 4.047 3.890 3.611
4.4.5.1. Reis- en verblijfkosten 1.708 1.841 1.418
4.4.5.2. Representatiekosten 535 259 400
4.4.5.3. PR en reclamekosten 3.257 2.685 2.586
4.4.5.4. Overige beheerslasten 4.147 10.973 2.956
    31.736 35.624 29.712

De overige lasten zijn € 2,0 miljoen hoger dan in 2020. In 2020 waren deze kosten lager als gevolg van Covid-19. De kosten stijgen naar een het niveau van voor de pandemie. Zo is er meer geld uitgegeven aan leermiddelen, licenties, reis- en verblijfkosten en online marketing.

De overige lasten zijn € 3,9 miljoen lager dan begroot. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een onderbesteding in de accreditatiekosten en innovatiemiddelen. Deze onderbestedingen worden veroorzaakt doordat activiteiten vanwege de coronacrisis niet konden worden uitgevoerd. 

Onderdeel van de administratie­ en beheerslasten zijn de kosten voor accountantsdiensten. De ten laste van het boekjaar gebrachte kosten van de externe accountant en de accountantsorganisatie en het gehele netwerk waartoe deze accountantsorganisatie behoort, zijn als volgt voor de groep:

Accountantshonoraria 2021 (x € 1.000)      
  Ernst & Young Accountants LLP Ernst & Young Overig Totaal
Onderzoek van de jaarrekening 209  -  209
Andere controleopdrachten  -  44 44
Adviesdiensten op fiscaal terrein  -  49 49
Andere niet-controlediensten  -   -   - 
  209 93 302
Accountantshonoraria 2020 (x € 1.000)      
  Ernst & Young Accountants LLP Ernst & Young Overig Totaal
Onderzoek van de jaarrekening 209  -  209
Andere controleopdrachten  -  69 69
Adviesdiensten op fiscaal terrein  -   -   - 
Andere niet-controlediensten  -   -   - 
  209 69 278

Bovenstaande honoraria voor onderzoek van de jaarrekening is gebaseerd op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht.

5 Financiële baten en lasten Baten en lasten 2021 Begroting 2021 Baten en lasten 2020
   
5.1. Financiële baten 2 10 12
5.2. Financiële lasten -1.043 -1.084 -1.157
    -1.041 -1.074 -1.145
6. Belastingen Baten en lasten 2021 Begroting 2021 Baten en lasten 2020
   
  Mutatie belastingvoorziening en winstbelasting 5  -  27
7. Resultaat uit deelnemingen Baten en lasten 2021 Begroting 2021 Baten en lasten 2020
   
  Coöpreratieve Maritieme Academy Holland  -   -  -6

Volgend hoofdstuk: Enkelvoudige jaarrekening 2021