6.1 Achtergrond
Binnen de kaders van het sectorakkoord heeft onze hogeschool het plan ‘Verder leren in kwaliteit’ op 29 september 2020 vastgesteld. Dit plan is door de minister goedgekeurd. In dit plan zet NHL Stenden in op alle zes thema’s uit het sectorakkoord:
- Intensiever en kleinschalig onderwijs
- Meer en betere begeleiding van studenten
- Studiesucces
- Onderwijsdifferentiatie
- Passende en goede onderwijsfaciliteiten
- Verdere professionalisering van docenten
NHL Stenden zet volledig in op kwaliteit en impact van het onderwijs met optimale benutting van de campusfaciliteiten. De studievoorschotmiddelen stellen ons in staat een extra en hogeschool brede impuls te geven aan de kwaliteit van ons onderwijs.
Resultaten algemeen
In 2021 zijn de geplande activiteiten ondanks corona grotendeels conform plan uitgevoerd waardoor de beleidsdoelstellingen veelal gerealiseerd zijn voor zover het nu al te beoordelen of meetbaar is. Behoudens de zaken die in het addendum zijn beschreven: vanuit thema 4 en 6 zijn middelen overgeheveld naar thema 1 ten behoeve van de verlaging van de werkdruk voor docenten en de vergroting van de intensiteit van begeleiding en het kunnen realiseren van extra onderwijsactiviteiten voor studenten. Ook de thema’s die in 2021 voor het eerst startten, zijn goed van de grond gekomen. De interne communicatie over de inhouden en opbrengsten van de kwaliteitsafspraken is een blijvend aandachtspunt. Er worden veel communicatiemiddelen en -kanalen ingezet maar voor docenten en studenten is niet altijd herkenbaar vanuit welk project iets gerealiseerd wordt.
Wat leren we hiervan?
Het plan zoals opgesteld in voorbereiding op de uitvoering in de planperiode 2019-2024 was gestoeld op deelname aan alle landelijke thema’s kwaliteitsafspraken. Dit was passend bij de ambities van een nieuw te vormen (fusie)hogeschool en de ontwikkelingen die gekoppeld aan de introductie van een nieuw onderwijsconcept te verwachten waren. Ondertussen zijn prioriteiten en inzichten als gevolg van het online leren en werken wat verschoven en zijn er ook NPO-middelen die qua bestedingsdoelen overlappend zijn met de thema’s van de kwaliteitsafspraken. Het lijkt omwille van de beheersbaarheid, communiceerbaarheid en kans op succesvolle afronding van beschreven projecten raadzaam de diverse projecten (ook reguliere) bijeen te houden en koersvast te blijven in de uitvoering teneinde versnippering te voorkomen. Het beheersen, zowel inhoudelijk als financieel, en het rapporteren/monitoren van de uitvoering vraagt aandacht van bestuur en directie en dan is een overzienbare hoeveelheid aan activiteiten en projecten raadzaam. Als organisatie leren we dat de ambitie vooral gezocht moet worden in de kwaliteit en minder in de kwantiteit.
Daarnaast is de gekozen aanpak van decentrale uitvoering een aanpak die ervoor zorgt dat studenten rechtstreeks kunnen profiteren van de ingezette activiteiten (bijvoorbeeld door extra onderwijsactiviteiten, intensievere begeleiding) en helpt de centrale aansturing van het gehele programma in het houden van het overzicht over de voortgang, zowel inhoudelijk als financieel.
Zwaartepunt Smart Sustainable Industries
Biomembraan SAVER
Fotograaf: Corné Sparidaens
Even door de zure appel heen bijten. Het oudhollandse spreekwoord is wel heel toepasselijk voor het project van onderzoekers van het lectoraat Duurzame Kunststoffen. Samen met de vakgroep Polymeerchemie van de Rijksuniversiteit Groningen ontwikkelden onderzoekers en studenten het biomembraan SAVER. Dit membraan gemaakt van appelzuur kan water en olie van elkaar scheiden. Dit membraan is een zogenoemd superamfifiel. Dat betekent dat het membraan, net als zeep, olie en water van elkaar kan scheiden. Het membraan is bovendien in zijn geheel te recyclen. Wanneer de poriën verstopt raken, kan het membraan worden afgebroken, waarna met de gezuiverde bouwstenen een nieuwe membraan kan worden gemaakt. Dit slimme biomembraan werd uitgeroepen tot winnaar van het beste Tech Idee 2021.
6.2 Proces, impact coronapandemie en betrokkenheid
Naar aanleiding van de negatieve beoordeling door de NVAO is in 2020 het plan ‘Leren in kwaliteit’ aangepast in nauwe samenwerking met de HMR en de raad van toezicht. De projecten kregen een betere aansluiting op de landelijke thema’s en de monitoring en indicatoren werden aangescherpt op advies van het panel. Eind november 2020 is het nieuwe plan ‘Verder leren in kwaliteit’ beoordeeld door het panel van de NVAO. Ditmaal met een positief resultaat op de drie criteria. Het positieve besluit van de minister werd ontvangen in het voorjaar van 2021.
Impact coronapandemie
Als gevolg van de coronamaatregelen is een deel van de besteding van de middelen Kwaliteitsafspraken zoals beschreven in het plan ‘Verder leren in kwaliteit’ gewijzigd. Voor docenten is het grotendeels op afstand aanbieden van onderwijs complexer dan het aanbieden van fysiek onderwijs. Studenten ontbreekt het aan interactie, bindingsactiviteiten en de mogelijkheid om ook buiten de onderwijsactiviteiten op een goede manier (samen) te werken aan opdrachten, in school of in de praktijk.
De wens was in overleg met HMR en academies meer docentformatie in te zetten. Daartoe zijn de middelen op een zodanige manier verschoven dat het onderwijs verder kan intensiveren en de student meer en betere begeleiding bij de studie ervaart dan in het plan werd voorzien. Een deel van de middelen van thema 4 (Onderwijsdifferentiatie) en thema 6 (Docentprofessionalisering) is hierdoor omwille van de urgentie verschoven naar thema 1: kleinschalig en intensief onderwijs zodat de academies meer docenten/begeleiders kunnen aanstellen over de gehele verdere planperiode.
In de voortgang per thema staat beschreven op welke doelstellingen deze verandering impact heeft. Hiertoe heeft de raad van toezicht goedkeuring verleend en de HMR instemming gegeven. Voor de financiële veranderingen wordt verwezen naar tabel: 10 in paragraaf 6.5 van dit hoofdstuk.
Betrokkenheid
Betrokkenheid HMR
In 2021 was de HMR betrokken bij de ontwikkeling (in brainstormsessies), de uitvoering en monitoring van de plannen. Zowel studenten als docenten uit de HMR werden gestimuleerd en waren betrokken bij de werk-/projectgroepen per thema. Ze hebben meegedacht over de invulling van de thema’s door bijvoorbeeld de verschuiving van de middelen. Binnen de HMR werd er gemonitord op de voortgang van de thema’s op basis van de R-rapportages. De voortgang van de Kwaliteitsafspraken was een standaard agendapunt op de agenda van de HMR tijdens de bespreking met het College van Bestuur. Een studentlid van de HMR was actief lid van de stuurgroep Kwaliteitsafspraken.
De betrokkenheid van de docent- en studentleden liep niet in alle thema’s even soepel. Op advies van de HMR wordt hier wederom aandacht voor gevraagd en zal hier in 2022 een verbeterslag in worden gemaakt.
Het College van Bestuur bedankt de Hogeschoolmedezeggenschapsraad voor zijn inbreng, de constructieve samenwerking en de benodigde flexibiliteit bij de koerswijziging ten gevolge van de impact van de coronapandemie. De reflectie van de HMR staat in bijlage 7. Het College van Bestuur neemt de aanbevelingen van de HMR ter harte en geeft er waar mogelijk invulling aan.
Betrokkenheid organisatie
In de themagroepen zijn meerdere medewerkers van de hogeschool betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van de Kwaliteitsafspraken. Om de zichtbaarheid van de Kwaliteitsafspraken en hun betekenis te vergroten zijn er banners ontwikkeld die zowel digitaal als fysiek gebruikt worden. Er is meerdere malen aandacht besteed aan de Kwaliteitsafspraken in de nieuwsbrief voor leidinggevenden. Er is een Sharepointpagina Kwaliteitsafspraken gemaakt zodat alle studenten, docenten en medewerkers inzage hebben in de plannen en de voortgang. Daarnaast is de studentadviseur van het College van Bestuur actief lid van de stuurgroep.
Betrokkenheid raad van toezicht
Binnen de raad van toezicht is een lid aanspreekpunt voor de Kwaliteitsafspraken. De commissie OO&I en de RvT hebben de stand van zaken, voortgang en wijzigingen van de Kwaliteitsafspraken regelmatig besproken. Ook de aanpassingen in verband met de coronapandemie zijn besproken en de raad van toezicht heeft hiermee ingestemd. Voor de inhoudelijke invulling wordt verwezen naar hoofdstuk 10 van de raad van toezicht.
6.3 Voortgang en monitoring
Monitoring van de uitvoering van de Kwaliteitsafspraken vindt plaats binnen de bestaande planning- en controlcyclus, de R-rapportages. De voortgang, monitoring en, waar nodig bijsturing, van projecten worden besproken in de werkgroepen, stuurgroep, de HMR, de raad van toezicht en het College van Bestuur op basis van een hogeschool brede rapportage.
Eens in de zes weken vindt er een stuurgroepvergadering plaats waarin de stand van zaken wordt besproken op zowel voortgang thema’s als de financiële monitoring. Daarnaast is er eenmaal in de twee maanden een breed voortgangsoverleg met de betrokken directeuren en de coördinatoren.
6.4 Voortgang per thema
In de onderstaande paragrafen wordt gebruikgemaakt van de oorspronkelijke voornemens en doelstellingen uit het plan ‘Verder leren in kwaliteit’ en het addendum. Hierin wordt de realisatie van de activiteiten tot en met 2021 aangegeven. In een aantal gevallen ook de stand of uitvoering van de acties in 2021. De afwijkingen op het plan en bijzondere omstandigheden worden daarbij ook kort beschreven.
Thema 1 Intensiever en kleinschalig onderwijs (onderwijsintensiteit)
Voornemens
We willen invulling geven aan de self-efficacy van studenten en het bieden van keuzemogelijkheden voor studenten. Omdat dit in de vorige onderwijsconcepten minder goed mogelijk was, zetten we de studievoorschotmiddelen in om de kwaliteit van het onderwijs in ateliers een extra impuls te geven. In de beide voormalige onderwijsconcepten was de intensiteit lager doordat de onderwijsactiviteiten minder integraal werden aangeboden en ook vaak van kortere duur dan de dagdelen in de ateliers in DBE. De kleinschaligheid en de intensiteit van ons onderwijs worden daarmee vergroot.
Doelstellingen eind 2021
- Eind 2021 zijn 14 propedeuse-ateliers en zeven multidisciplinaire ateliers gerealiseerd. Selectie wordt gedaan in overleg met de academies.
- Eind 2021 werken 83 opleidingen op basis van DBE en hebben kleinschalig onderwijs georganiseerd met thuisgroepen van maximaal 24 studenten.
- Eind 2021 is er uit de conclusies van het HowULearn-onderzoek een stijgende lijn in score op self-efficacy bij studenten af te leiden en laten de studenttevredenheidsscores een stijgende lijn zien, met name op de punten die aansluiten bij de kleinschaligheid en onderwijsintensiteit.
Beschrijving van afwijkingen en omstandigheden
Thema 1 heeft vanaf 2021 extra middelen ontvangen t.b.v. extra inzet docent(begeleidings)formatie (Design Based Education onderwijs) a.g.v. de coronapandemie en het hybride onderwijs aanbieden.
Het doel van deze extra docentinzet is het onderwijs intensiveren en de begeleiding van studenten te verbeteren zodat studenten goed in beeld blijven en de mogelijkheid hebben tot het verkrijgen van extra ondersteuning tijdens en naast de onderwijsactiviteiten tijdens en na de pandemie. Studenten ondervinden direct de effecten van de tijd die een docent voor een taak heeft en deze extra inzet zal de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen. Bijkomend voordeel is dat de werkdruk bij docenten wordt verlicht waardoor de focus bij de docent meer kan liggen op de begeleiding van de student.
In totaliteit is een overschrijding zichtbaar in de jaren 2019 t/m 2021, per onderdeel wordt dit hieronder (en in paragraaf 6.5) financieel nader toegelicht. De komende jaren zal deze overschrijding weer worden ingelopen en het budget zoals vastgesteld in het addendum blijft gehanteerd.
Realisatie t/m 2021
Ateliers
- Vanuit de academies zijn 14 eerstejaars ateliers aangemeld voor ondersteuning in hun ontwikkeling c.q. kwaliteitsverbetering.
- Doel was om 7 MD-ateliers te ontwikkelen, dit zijn er uiteindelijk 10 geworden. Een deel was opleidingoverstijgend en een deel academie-overstijgend.
- Vanuit het projectteam zijn de verschillende ateliers ondersteund en begeleid. Het onderzoek naar de leereffecten van DBE en leren in atelier is opgestart. Een inventarisatie van activiteiten binnen de ateliers is gedaan.
- Financieel loopt dit (sub)project nagenoeg op schema, de kleine achterstand zal t/m 2024 worden ingelopen.
DBE onderwijs
- Er zijn 25 nieuwe opleidingen gestart met de invoering van DBE. Alle opleidingen zijn nu gestart met de implementatie van DBE. Waarmee de doelstelling van 83 gestarte opleidingen is behaald.
- In 2021 is in 90% van leerjaren DBE ingevoerd. De overige leerjaren volgen de komende jaren.
- In 2019 tot en met 2021 is het budget met ongeveer 3% overschreden, de inhoudelijke voorsprong (t.o.v. planvorming) is dus ook financieel terug te zien. De komende jaren komt de exploitatie weer op het niveau van de begroting.
- Een lector DBE is benoemd en betrokken bij het onderzoek naar DBE en specifiek het onderwijs in ateliers. De onderzoeksagenda is nader ingevuld. Het onderzoek naar de leereffecten van DBE (HowULearn) is uitgevoerd en het leren in ateliers is opgestart. De HowUlearn vragenlijst is in veel meer opleidingen ingezet. Het beoogde deep-learning is redelijk hoog en stabiel. De scores op welzijn dalen mede o.i.v., corona.
- Ook zijn de effecten van DBE op de tevredenheid van studenten (NSE) en rendementen jaar 1 geanalyseerd en gerapporteerd (zie DBE-rapportage).
- De streefwaarden t.a.v. studie algemeen en DBE-vragen worden deels gerealiseerd. Een kleine 27% van de studenten van cohort 2020 is uitgevallen; minder dan in 2018 (nulmeting 32%), maar iets hoger dan de streefnorm voor 2024: max 25%.
- Voor de kennisverbreding en -deling is een aantal platformbijeenkomsten georganiseerd.
Extra docentinzet
- Docentinzet: 19,4 fte extra inzet binnen de academies docentinzet t.b.v. hybride onderwijs en extra begeleiding studenten.
- In 2021 is hiermee gestart (uitvoering addendum), het budget is dit jaar overschreden, maar dit zal de komende drie jaren weer worden ingelopen.
Doelstellingen eind 2024
- Eind 2024 zijn in totaal 56 propedeuse-ateliers en 28 multidisciplinaire ateliers gerealiseerd en een kwaliteitsslag hebben gemaakt opdat deze bij alle academies van de hogeschool geïmplementeerd zijn;
- Eind 2024 werken alle opleidingen op basis van DBE;
- Het onderwijs in ateliers, de begeleiding en de toetsing nog beter op elkaar aansluit en duidelijker is wat de verwachtingen zijn van studenten (constructive alignment);
- De real-life vraagstukken nog beter aansluiten bij de vraag vanuit de praktijk, de kwalificaties van de opleiding en de leerdoelen van de student en daarmee het onderwijs nog relevanter en inspirerender wordt;
- In de ateliers, naast het overige onderwijs, tenminste twee dagdelen in kleine groepen intensief en op iteratieve wijze wordt gewerkt aan de real-life vraagstukken met veel persoonlijke contacten en feedback-loops;
- Docenten en studenten bewuster worden van het leergedrag en de interventies ertoe leiden dat studenten nog beter (samen) leren;
- De interventies een positief effect hebben op de kwaliteit van het onderwijs en de kwaliteit van onze studenten, de tevredenheid van studenten, docenten en werkveld en leiden tot vergroting van het propedeuserendement.
Thema 2 Meer en betere begeleiding van studenten
Voornemens
In studentarena’s (groepsevaluatiegesprekken met studenten) is geuit dat de beschikbaarheid en werkwijze van studieloopbaanbegeleiding en coaches niet altijd duidelijk is voor studenten. Voor studieloopbaanbegeleiders is tegelijkertijd niet altijd duidelijk wat er van hen verwacht wordt en welke faciliteiten geboden worden, bijvoorbeeld als het gaat om mogelijkheden tot professionalisering en intervisie. Studenten dringen sterk aan op duidelijkheid en structuur: een kader voor meer en betere begeleiding voor alle studenten, waarbij alle studenten dezelfde aanspraak kunnen maken op goede persoonlijke begeleiding. We willen door op de ingeslagen weg, maar met meer vaart, meer tijd en meer slagkracht, zodat de studenten er ook daadwerkelijk iets van zullen merken.
Doelstellingen eind 2021
- Alle opleidingen werken met een voor de studenten en docenten duidelijk begrippenkader en een helder gemeenschappelijk SLB-stramien.
- Iedere academie heeft (minimaal) een coördinator studentbegeleiding.
- Er is een hogeschool breed platform Studentbegeleiding met vertegenwoordigers uit alle geledingen (medewerkers en studenten). Dit platform komt onder regie van de voorzitter regelmatig bijeen voor intervisie en onderlinge afstemming, dient als klankbord en geeft input voor en feedback over kwesties met betrekking tot studieloopbaanbegeleiding, coaching en aanvullend ondersteuningsaanbod.
- Studenten worden optimaal begeleid tijdens hun studie, volgens gedeelde inzichten en vanuit een gemeenschappelijk kader dat door iedereen wordt herkend. SLB’ers/coaches zijn hiervoor goed toegerust, informatie is voor zowel studenten als SLB’ers en coaches digitaal toegankelijk.
- Binnen de hogeschool wordt kennis ontwikkeld op het gebied van studentenwelzijn, tweedelijns studentondersteuning, en de voorwaarden voor een optimaal studieklimaat.
- We brengen deze kennis samen en faciliteren kennisuitwisseling, kennisdeling en –ijking.
Beschrijving van afwijkingen en omstandigheden
De realisatie loopt iets achter op de planning, er zijn geen significante afwijkingen.
Realisatie t/m 2021
- Er is een duidelijk begrippenkader ontwikkeld, hier wordt ook mee gewerkt.
- Er zijn coördinatoren studentbegeleiding en studentassistenten benoemd per academie/opleiding. Er zijn platformbijeenkomsten georganiseerd waarin thema’s rond studentbegeleiding aan de orde zijn gekomen. Als uitkomst van gesprekken met coördinatoren zijn er hogeschool brede uitgangspunten voor studiecoaching vastgesteld.
- Voor studentassistenten is er een aantal bijeenkomsten georganiseerd. Er is zowel voor studentassistenten als voor coördinatoren studentbegeleiding een eigen Teamsomgeving gerealiseerd waar informatie wordt uitgewisseld en best practices met elkaar kunnen worden gedeeld. Op basis van vragen vanuit de academies zijn eerste professionaliseringsverzoeken geformuleerd.
- Er is een projectleider voor het StudentSuccesCentrum (SSC) benoemd. Deze projectleider heeft het hogeschoolbrede ondersteuningsaanbod geïnventariseerd. Hierin zijn ook hogeschoolbrede gemeenschapsvormende en bindende activiteiten meegenomen.
- De studentassistenten hebben met de coördinator studentbegeleiding van hun academie een plan opgesteld om meer bekendheid te creëren voor het bestaande ondersteuningsaanbod en om de ondersteuningsbehoefte van studenten binnen hun academie te peilen. Er is een begin gemaakt met de uitvoering van deze plannen binnen de academies.
- Ook medewerkers van het SSC geven op verzoek voorlichting over het ondersteuningsaanbod. Het aanbod van het StudentSuccesCentrum wordt via de tegel van het centrum gecommuniceerd.
- Financieel is de lichte achterstand in de uitvoering ook terug te zien, dit wordt de resterende jaren ingehaald.
Doelstellingen eind 2024
- Zowel studenten als begeleiders kunnen gebruik maken van een aanbod dat de begeleiding ondersteunt, dat herkenbaar en vindbaar is (zowel fysiek als digitaal) en dat in co-creatie met alle betrokkenen wordt ontwikkeld en verbeterd.
- We hebben een ondersteuningsaanbod ontwikkeld op basis van de behoefte van de studenten. Het aanbod wordt herkenbaar gepositioneerd en breed toegankelijk en laagdrempelig beschikbaar gemaakt voor studenten en medewerkers.
- Studieloopbaanbegeleiders, coaches, decanen en andere medewerkers weten optimaal waarvoor, hoe en waarnaar studenten doorverwezen kunnen worden.
Thema 3 Studiesucces
Voornemens
De uitval uit de propedeuse vinden we nog steeds te hoog. Deze uitval willen we terugbrengen door verder te gaan met het implementeren van het onderwijsconcept DBE, het aanbieden van een oriëntatie-atelier voor kandidaat-studenten en door specifiek aandacht te schenken aan de verschillen die er zijn in onze studentenpopulatie.
We willen dat studenten zo veel mogelijk binnen de nominale studieduur van hun opleiding afstuderen. Als dit niet lukt om achterstanden te voorkomen leert de ervaring ons dat de student het meest gebaat is bij Maatwerk. Iemand die de student persoonlijk benadert en weer op sleeptouw neemt, waardoor hij/zij de draad weer kan oppakken. Hier willen we hogeschool breed in investeren.
Binnen de hogeschool worden tal van activiteiten ontwikkeld en aangeboden die bijdragen aan het studentsucces en studentwelzijn. Voor medewerkers en studenten is het echter niet altijd duidelijk welke activiteiten worden aangeboden en wie waarvoor het aanspreekpunt binnen de organisatie is. Onderlinge afstemming van deze activiteiten en afstemming op de behoefte van studenten kan beter. Hiervoor willen we een Centrum voor Studentsucces opzetten.
Doelstellingen eind 2021
- De uitval uit de propedeuse heeft een dalende trend ingezet, door een oriëntatie-atelier te realiseren voor kandidaat-studenten en door specifiek aandacht te schenken aan de verschillen die er zijn in onze studentenpopulatie.
- Er zijn maatregelen genomen gericht op het reduceren van de uitval van specifieke groepen binnen onze studentenpopulatie, zoals studenten met een functiebeperking, eerste generatie hoger onderwijs studenten, maar ook mannelijke studenten.
- Het afstudeerrendement vertoont eind 2021 een stijgende lijn in de richting van de doelstelling eind 2024 (afstudeerrendement 60% hogeschool breed).
- Het Centrum voor Studentsucces is opgezet. Vanuit dit centrum wordt periodiek contact gelegd met academies en studenten, in bijvoorbeeld klant- en studentarena’s. Ook wordt er informatie opgehaald over wat er nodig is op het gebied van studentsucces en studentwelzijn. Het centrum fungeert als een bruggenbouwer en stemt vraag en aanbod op elkaar af.
Beschrijving van afwijkingen en omstandigheden
De coronapandemie heeft invloed op het thema studiesucces, bijvoorbeeld de verminderde uitval mede als gevolg van de afschaffing van het bindend studieadvies. Hierdoor zijn wellicht de resultaten van de doelen beïnvloed. We monitoren hoe zich dit ontwikkeld, ook in relatie tot de doelstellingen voor 2024.
Financieel is de voortgang over de jaren 2019 t/m 2021 uitgekomen op 75%. De (sub)projecten langstuderen en Centrum voor Studentsucces lopen op schema, de achterstand zit op uitval. Tot en met 2024 zal meer budget worden ingezet, zodat de plannen met de begrote middelen uitgevoerd kunnen worden.
Realisatie t/m 2021
- Uitval is gedaald naar 24,8% (was 30%), dit is een gevolg van de aandacht die er op gevestigd is en is mede het gevolg van de afschaffing van het bindend studieadvies.
- Doelgroepenbeleid en oriëntatie-ateliers zijn in voorbereiding.
- Er is onderzoek gedaan naar de leerstrategie en leerbehoefte van mannelijke studenten. Hier worden gerichte acties voor geformuleerd.
- Het rendement is verhoogd tot 61% (B CO 2015). Dit was 49%. Het is nog onduidelijk wat het effect is van het afschaffen van het bindend studieadvies; dit wordt in de verdere monitoring wel meegenomen.
- Het percentage langstudeerders is gedaald naar 17,6% (N=4351). Dit was 21,1 % (in het plan staat 12%. Dit is niet correct).
- Hogeschool breed zijn er een projectleider en coördinatoren in academies aangesteld.
- Samenhangende maatregelen zijn opgesteld en kennisdeling heeft plaatsgevonden in gesprekken per opleiding en in gezamenlijke platformsessies. Er is een digitale omgeving ingericht waarin kennis en informatie wordt gedeeld.
- Er zijn kennismakingsgesprekken geweest met coördinatoren studentbegeleiding en met de studentassistenten.
- Er zijn periodiek platformbijeenkomsten voor de coördinatoren georganiseerd en bijeenkomsten met de studentassistenten geweest.
- De ondersteuningsbehoefte van studenten is grotendeels in kaart gebracht.
- Het Centrum voor Studentsucces heeft, naast een digitale omgeving, een fysieke plek gekregen binnen de hogeschool.
Doelstellingen eind 2024
- De uitval uit de propedeuse terugbrengen naar maximaal 25% hogeschool breed.
- De uitval uit de propedeuse van mannelijke studenten vertoont een dalende lijn ten opzichte van de voorgaande jaren.
- De uitval van studenten met een functiebeperking vertoont een dalende lijn ten opzichte van de voorgaande jaren
- Het afstudeerrendement is minimaal 60% (hogeschool breed).
- Het afstudeerrendement voor specifieke groepen studenten vertoont een stijgende lijn tot eind 2024.
- Volledig operationeel Centrum voor Studentsucces (zowel fysiek als digitaal). Studenten weten waar ze terecht kunnen, zowel fysiek als digitaal, voor vragen op het gebied van studentsucces en welzijn.
Thema 4 Onderwijsdifferentatie
Voornemens
De hogeschool heeft een goed functionerende medezeggenschap en veel participatie van studenten via andere gremia. Toch kennen de academies, in tegenstelling tot het College van Bestuur, geen actieve deelname van studenten in de managementteams en wordt er onvoldoende op grote schaal gepeild wat de wensen en verwachtingen zijn van de studentpopulatie bij het verder ontwikkelen van het portfolio. We willen graag actieve deelname van studenten stimuleren.
Starten van extra aandacht voor studenten die tijdens hun studie ondernemen. Hiervoor een regeling treffen die beschrijft, in het geval van studiekwaliteit beïnvloedende situaties als gevolg van ondernemerschapsactiviteiten, welke ondersteunende en verwijzende maatregelen getroffen kunnen worden.
Studenten die voornemens zijn een eigen bedrijf op te richten incidenteel, onder voorwaarden van een uitgebreide selectie-contest-methode, een kleine financiële vergoeding in het vooruitzicht stellen. Het doel ervan is om kansrijke initiatieven te behouden en tot verdere ontplooiing te brengen.
Doelstellingen eind 2021
- Gedragen en concreet onderwijsportfoliobeleid waarin de behoefte van studenten aan verdergaande onderwijsdifferentiatie en de vraag uit de arbeidsmarkt zoveel mogelijk op elkaar zijn afgestemd.
- Per academie heeft een inventarisatie plaatsgevonden van wenselijke en mogelijke Fast Track-programma’s voor vwo’ers, om inzicht te hebben in de mogelijkheden tot aanbod. We zijn waar mogelijk al met nieuwe Fast Track-programma’s begonnen, waardoor vwo-studenten versneld hun opleiding kunnen volgen.
- Keuzes gemaakt, mede in relatie tot het landelijk experiment flexibel onderwijs, over voortzetting en uitbreiding van vormen van flexibel onderwijs.
- Ieder academie heeft een studentadviseur.
- In het kader van de talentontwikkeling van studenten zijn bestaande faciliteiten, zoals de TOP- sportregeling en het Profileringsfonds, versterkt door implementatie van de FLOT-regeling in deze faciliteiten.
- In het kader van de talentontwikkeling van studenten zijn bestaande faciliteiten, zoals de TOP-ondernemerschapsregeling, versterkt.
- Het Center for Entrepreneurship is opgericht.
Beschrijving van afwijkingen en omstandigheden
In 2021 is besloten een deel van de financiële middelen uit dit thema over te dragen naar thema 1. Dit heeft invloed op de doelstellingen van dit thema. De realisatie van de Fast Track-programma’s en de implementatie innovatieprogramma X-Honours zullen geen doorgang vinden.
Financieel loopt dit thema volledig in de pas, d.w.z. conform voorgenoemd addendum.
Realisatie t/m 2021
- Onderwijsportfoliobeleid is ontwikkeld en operationeel.
- In ieder Academie Management Team (AMT) is een studentadviseur benoemd.
- Er zijn vijf nieuwe Ad’s ontwikkeld voor de doorlopende leerlijn.
- Er is een nieuwe master ontwikkeld voor de doorlopende leerlijn.
- De TOR is inmiddels opgesteld en actief.
- In overeenstemming met de kwaliteitsafspraken en in het kader van de talentontwikkeling van studenten zijn faciliteiten opgesteld, waaronder de TOP-ondernemerschapsregeling. De regeling bevat het juridisch kader voor het toekennen van de TOP-ondernemerstatus en de voorzieningen waarvoor de student-ondernemer in aanmerking kan komen. Deze regeling bestaat naast de regeling Topsport.
- Tevens is de TOP-sportregeling versterkt door implementatie van de FLOT-regeling (Flexibel Onderwijs en Topsport) vanuit het NOC*NSF.
- Eind 2021 is het stimuleringsfonds startende ondernemer opgericht en zal in 2022 actief worden.
- Het Center for Entrepreneurship is opgericht. Het Center for Entrepreneurship (CfE) is vanaf 1 maart 2021 op fysieke locaties in Leeuwarden en Emmen ingericht, actief en operationeel. Deze fysieke locaties voorzien in een atypische omgeving waar studenten interdisciplinair kunnen werken aan hun bedrijf en/of ideeën.
- Digitaal is het CfE op alle sociale media en de website van NHL Stenden zichtbaar. Studenten, docenten, academies zijn betrokken bij de ondernemerschap gerichte events, curriculaire ondersteuning. Regionale netwerken zijn bekend geworden met het CfE. De community is 110 studenten groot.
Doelstellingen eind 2024
- De doorlopende leerlijn van associate degrees naar eigen bachelors en eigen masters is hogeschool breed ontwikkeld.
- Studenten nemen actief deel in de managementteams en er wordt voldoende op grote schaal gepeild wat de wensen en verwachtingen van de studentpopulatie zijn.
- Hogere participatie m.b.t. ondernemerschap van studenten en opleidingen.
- Lidmaatschap en participatie in diverse partijen gericht op ondernemerschap.
- Blijvend functionerend Center for Entrepreneurship met toegevoegde waarde voor studenten.
Thema 5 Passende en goede onderwijsfaciliteiten (Digitale Hogeschool)
Thema 5 wordt gerapporteerd in twee delen (Digitale Hogeschool en Ateliers), gelijk aan de opbouw in het plan. Voor het deel Digitale Hogeschool wordt gezien het onderwerp en de veelheid aan ICT gerelateerde projecten op een iets ander activiteiten niveau gerapporteerd. Dit om een beter beeld van de behaalde resultaten te geven en inzicht in waar de projecten/activiteiten op dit moment staan.
Voornemens
De digitale hogeschool draagt bij aan onderwijsintensiteit en passende en goede onderwijsfaciliteiten.
We willen onze digitale hogeschool verder professionaliseren en onze studenten een compleet, geïntegreerd en eigentijds pakket aan digitale voorzieningen bieden, waarmee zij met één digitale identiteit interactief tijdens hun reis binnen en buiten de hogeschool worden gefaciliteerd. Het gaat hierbij om digitale voorzieningen op het vlak van communityvorming, onderwijslogistiek tot en met voorzieningen om onderwijs 24/7 te kunnen volgen. Docenten bieden onderwijs en onderzoek aan in deze veilige, betrouwbare en stabiele leeromgeving. De digitale hogeschool betekent voor studenten een eenvoudige toegang tot alle digitale diensten op basis van één digitale identiteit. Hiermee worden tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs en co-creatie gefaciliteerd.
Doelstellingen eind 2021
- Het realiseren van één samenwerkingsomgeving voor docenten en studenten, om elkaar te ontmoeten, kennis uit te wisselen, toetsen af te nemen en online samen te werken, zodat we ook op digitaal vlak de onderwijsintensiteit vergroten. Ook het werkveld kan participeren.
- Studenten en docenten hebben toegang tot diensten als printen, roosterinformatie, studievoortgangsinformatie, elektronische leeromgeving, wifi, etc. met hun account. Hiermee vergroten we het gemak voor de studenten.
- Tijd-, plaats- en apparaat-onafhankelijk werken voor docenten en studenten en toegang hebben tot studievoortgangsinformatie, resultaten en roosters. Ook hiermee vergroten we op digitaal vlak de onderwijsintensiteit voor studenten. Het geeft meer flexibiliteit en er kan snel worden ingespeeld op dynamische onderwijssituaties.
- Een studenten-app waarin dashboard, roosterinformatie, studievoortganginformatie, resultaten, nieuws en docenteninformatie realtime tot de beschikking is op smartphone of tablet. Hiermee vergroten we de informatievoorziening aan en de digitale interactie met studenten.
Beschrijving van afwijkingen en omstandigheden
Door de coronapandemie is er extra focus gelegd op het online kunnen toetsen. Omdat het fysiek afnemen van (schriftelijke) toetsen niet mogelijk was vanwege coronamaatregelen hebben we als NHL Stenden begin 2020 ervoor gekozen de toetsen online af te nemen en online surveillance (Proctor Exam) in te zetten bij de centraal geplande schriftelijke toetsen. Als gevolg van deze inzet hebben alle toetsen (op afstand) doorgang kunnen vinden en zijn studenten gefaciliteerd in hun studie. Dit heeft ertoe geleid dat het digitaal afnemen van kennistoetsen m.b.v. toets software van 20% naar 80% is gestegen.
Daarnaast is extra inzet gepleegd op de digitale leeromgeving, studentenportals, vereenvoudiging en optimalisatie. Ook is er aandacht besteed aan de beveiliging van de NHL Stenden-systemen. Door Corona is een aantal activiteiten zoals de studentenapp later tot uitvoering gekomen.
Na drie jaren is het budget met 42% overschreden. Dit is veroorzaakt door het – in de tijd – naar voren halen van de uitvoering van bepaalde activiteiten, o.a. veroorzaakt door Corona. Er is bewust voor gekozen om dit te doen, het CvB heeft het zo besloten en de HMR heeft er mee ingestemd. Aangezien er de komende jaren minder gerealiseerd hoeft te worden is ook het budget voor de resterende drie jaren naar beneden bijgesteld. De totale begroting voor de projectperiode (2019-2024) zal niet overschreden worden.
Realisatie t/m 2021
Ad 1. Het realiseren van één samenwerkingsomgeving voor docenten en studenten, om elkaar te ontmoeten, kennis uit te wisselen, toetsen af te nemen en online samen te werken.
- DBE digitale leer- en werkomgeving is gerealiseerd
- Realisatie Experience Center
- Digitaal Toetsen:
- Beleid digitaal toetsen is als addendum ontwikkeld en toegevoegd aan de al bestaande uitwerkingsnotitie toetsen 2020-2024.
- De wensen en eisen van alle gebruikers zijn in beeld gebracht en dienen als input voor de aanbesteding t.b.v. toetsapplicatie
- Start beleid en structuur itembank
- De volgende vormen van digitaal toetsen worden op dit moment gefaciliteerd: online toetsen, digitaal toetsen op locatie m.b.v BYOD, digitaal toets m.b.v. bestaande ICT-apparatuur (van school).
- Wensen en eisen ten aanzien van veilig toetsen zijn in beeld gebracht en zullen i.s.m. de DLWO worden geïmplementeerd
- Open Access (is een doorlopend proces):
- Inventarisatie bestaande activiteiten en systemen m.b.t. open lesmateriaal.
- Aanvang optimalisatie bestaande systemen en/ of advies over nieuw aan te schaffen systemen.
- Gestart met het maken van de Publicatierichtlijn Open Leermaterialen.
- Informatie over de uitgangspunten van onderzoek binnen de hogeschool, relevante documentatie en de beschikbare ondersteuning op het gebied van privacy, wetenschappelijke integriteit, datamanagement en open access en auteursrecht zijn beschikbaar gesteld voor medewerkers.
- 0-meting gebruik datamanagementtools, werkwijze en wensen kenniskringen en door middel van de zogenaamde ‘roadshow'.
- Pilot Research Drive (opslag en delen van data gedurende onderzoek) succesvol afgerond.
- Publicatiehandreiking open access en auteursrecht eerste conceptversie
Ad 2. Studenten en docenten hebben toegang tot diensten als printen, roosterinformatie, studievoortgangsinformatie, elektronische leeromgeving, wifi, etc. met hun account. Hiermee vergroten we het gemak voor de studenten.
- Learning Management System (LMS):
- Er is een nieuw LMS gekozen: Blackboard Ultra.
- Per academie is 1 LMS-coördinator aangesteld.
- Atelier Digitale Didactiek:
- Er is een team samengesteld van docenten met diverse expertises om visie en principes met betrekking tot BL (Blended Learning) te ontwikkelen, collega docenten te coachen, passend bij ons onderwijsconcept DBE.
- Agenderen van thema’s en vraagstukken rondom BL – denk hierbij aan privacywetgeving, softwarelicenties, beleidsvorming, open educational resources en onderwijsinnovatie.
- Ontwikkeling toolkit met werkvormen die online en ofline inzetbaar zijn.
Ad 3 en 4 Tijd-, plaats- en apparaat-onafhankelijk werken voor docenten en studenten, de studiecoachmonitor en studentenapp
Digitaliseren Logistieke Student Journey (selfservice):
- Er is een Proof of Concept gerealiseerd voor het studentendashboard. Hierin zijn gegevens uit het studenteninformatiesysteem (SIS) en roosteringgegevens beschikbaar.
- Er is een grote slag geslagen in het verbeteren van de datakwaliteit in het SIS. Dit is randvoorwaardelijk voor het realiseren van de studiecoachmonitor. Deze gaat in Q4 live. De studentenapp volgt hierop. De uitloopt zit in de aanbesteding.
- Er heeft binnen NHL Stenden een succesvolle hogeschool brede implementatie van het nieuwe grotendeels gedigitaliseerde diplomaproces plaatsgevonden.
- Het eerste prototype van het gespreksmodel voor de factoren studentsucces is tijdens pilotgesprekken gepresenteerd aan de opleidingen.
Doelstellingen eind 2024
- Doorontwikkeling en verdere professionalisering van onze digitale leeromgeving.
- Is er een kern van digitale producten in ons informatielandschap die compliant zijn aan het gedachtegoed DBE.
- Professionalisering van digitale vaardigheden van medewerkers vormt een structureel onderdeel van de professionaliseringsagenda, waardoor docenten en andere medewerkers professioneel in DBE kunnen studeren, onderzoeken en werken.
Thema 5 Passende en goede onderwijsfaciliteiten (Ateliers)
Voornemens
Om de toekomstige situatie te bewerkstelligen vormt onze multicampushogeschool een blended omgeving: een omgeving met zowel een fysieke als virtuele (digitale) omgeving om te leren en om samen te werken, die modern en flexibel is ingericht. In de ontwikkeling van de fysieke voorzieningen staat de positieve bijdrage van het realiseren van communities en ateliers centraal.
Het ontwikkelen van een methodiek voor het bepalen van de omvang van nieuw aan te trekken ruimte en de verdeling van al beschikbare onderwijsruimte, waarbij rekening wordt gehouden met het verschil tussen (met name) theoretisch dan wel praktijkgerichte curricula.
Het ontwikkelen en uitrollen van een ruimtemanagementsysteem (RMS-app) die medewerkers én studenten inzicht biedt in de beschikbaarheid, vindbaarheid en toegankelijkheid van ruimtes.
Doelstellingen eind 2021
- Een ruimtenorm die de basis vormt voor de verdeling van atelierruimtes.
- Een vernieuwde roostersystematiek, waarbij een koppeling wordt gelegd met de roostersoftware en waarmee eigenaarschap en zeggenschap over ateliers bij opleidingen wordt gefaciliteerd.
- Een ruimtemanagementsysteem (RMS-app), die medewerkers én studenten inzicht biedt in de beschikbaarheid, vindbaarheid en toegankelijkheid van ruimtes en de mogelijkheid biedt om ruimtes digitaal te reserveren.
- Eén of meer herkenbare ateliers voor elke opleiding en één eigen herkenbare fysieke ruimte voor elke academie.
Beschrijving van afwijkingen en omstandigheden
Realisatie loopt voor op de planvorming. Na drie jaren is het budget met 48% overschreden. Dit heeft dezelfde redenen als hierboven beschreven bij de digitale hogeschool. Ook hier zal de totale begroting voor de projectperiode (2019-2024) niet overschreden worden.
Realisatie t/m 2021
Ruimtenormering
In 2021 is de ruimteverdeling verder vormgegeven. Zo is de laatste fase van het vlekkenplan uitgevoerd. Na afronding van deze reshufling is de ruimteverdeling vastgesteld als nulpunt. Een praktijkopleiding heeft echter meer vierkante meters nodig dan een theoretische opleiding. Op basis hiervan is de ruimteverdeling verder doorontwikkeld en is een wegingsfactor per academie toegevoegd. Hierdoor kan differentiatie tussen academies worde n toegepast.Ook is een zogenaamd ‘stoplichtmodel’ ontwikkeld voor het monitoren van de daadwerkelijke bezetting van de toegekende ruimte. Het stoplichtmodel is gebaseerd op bandbreedtes qua bezettingspercentage zodat bepaald kan worden wanneer actie vereist is. Het monitoren en testen van dit model kan echter pas wanneer de school volop draaiende is. 2021 was vanwege de diverse coronalockdowns geen representatief jaar.
Ateliervorming
Ook in 2021 zijn de nodige ateliers gerealiseerd waaronder in Leeuwarden, Amsterdam en Assen. In Leeuwarden is de gehele vleugel voor de academie VO & MBO verbouwd naar een DBE-onderwijsgebied met ateliers en ontmoetingsruimten. Een deel van de Thorbecke Academie heeft zijn intrede gedaan in het Bewegingscentrum in Leeuwarden waar ateliers zijn gerealiseerd in samenwerking met het werkveld. De verbouw die gepland stond voor het onderwijsgebied van de academie Communication & Creative Business is vanwege een tegenvallende aanbesteding doorgeschoven naar 2022.
In Amsterdam is gedurende de zomervakantie hard gewerkt aan een nieuwe locatie van NHL Stenden, deze is per 1 september 2021 operationeel. In deze locatie zijn een viertal nieuwe ateliers gecreëerd. In Assen is een nieuwe locatie voor de Thorbecke Academie geopend. Hierin zijn vijf nieuwe ateliers ondergebracht. Hiermee hebben bijna alle opleidingen een eigen atelier tot hun beschikking.
Ruimtemanagementsysteem
Er is een koppeling tussen Officebooking (leverancier RMS) en het roosterprogramma Xedule gerealiseerd. Daarnaast zijn er verdere aanpassingen aan het systeem gedaan, zodat dit met ingang van 2021-2022 op een correcte wijze kan worden ingezet om het daadwerkelijke gebruik van de ruimten te kunnen monitoren. Ook is het systeem verder uitgerold naar Terschelling, de Zuidersingel in Assen en Amsterdam. Eind 2021 zijn alle onderwijsruimten en vergaderruimten voorzien van sensoren.
Doelstellingen eind 2024
- Inrichting van ateliers voor de studiejaren 1 en 2, die specifiek binnen de opleiding worden gebruikt.
- Inrichting van ateliers voor de studiejaren 3 en 4, die interdisciplinair worden gebruikt.
- Jaarlijkse herijking van verdeling van ateliers op basis van een heldere ruimtenorm.
- Eind 2024 realiseren we ongeveer 200 ateliers: opleidingsateliers, academieateliers en breed inzetbare ateliers.
Thema 6 Verdere professionalisering van docenten
Voornemens
Focus op de verdere ontwikkeling van docenten gericht op het geven van goed onderwijs binnen de context van het DBE-onderwijsconcept met al haar facetten. Hierna aan te refereren als ‘Trainingen in DBE-onderwijs’.
Onderdeel 2 van dit project betreft ‘Trainingen onderzoekend vermogen student’, waarbij docenten ondersteund worden in het begeleiden van studenten in het versterken van hun onderzoekend vermogen.
Doelstellingen eind 2021
We beschikken over nog beter op de interne praktijk van DBE aansluitende trainingen. Voor iedere training worden trainers opgeleid. Iedere training wordt zorgvuldig geëvalueerd met als doel om door te ontwikkelen en nieuwe leervragen op te halen bij docenten om zo het professionaliseringsaanbod op maat aan te kunnen bieden.
Nieuwe docenten en startende docenten krijgen extra aandacht en tijd om kennis te maken met het DBE-onderwijs en zich dit eigen te maken.
De ontwikkelingen in de digitalisering van het onderwijs gaan snel en er wordt extra geïnvesteerd in trainingen onder de noemer ‘Digitale Didactiek’. Op basis van de evaluaties van de Kwaliteitsafspraken en inzet studievoorschotmiddelen 2019-2024 zijn er 69 trainingen ontwikkeld, gebaseerd op de behoefte van docenten(teams). Dit zijn verschillende korte workshops ontwikkeld en opgenomen in het aanbod van de professionaliseringsacademie My Academy. Docenten kunnen zo een traject op maat kiezen. Met al deze acties dragen we bij aan het doel om de docenten te ondersteunen. Hiermee versterken we de kennis en vaardigheden van docenten op cruciale onderdelen van dit plan.
Met behulp van de eigen lectoraten is onderzoek gedaan naar de wijze waarop interne trainingen in DBE beter kunnen renderen. Door leeropbrengsten bij studenten te meten, kunnen we aanbevelingen doen tot verbetering van de trainingen voor docenten. Hiermee versterken we de rol van de docent binnen DBE en versterken we het intensiever en kleinschalig onderwijs (onderwijsintensiteit).
Beschrijving van afwijkingen en omstandigheden
Onderdeel 2 van dit project ‘Trainingen onderzoekend vermogen student’ is door verschuiving van kwaliteitsgelden i.v.m. corona vanaf 2021 uit dit deelproject gehaald. Hierop wordt geen verantwoording gedaan binnen het project Kwaliteitsafspraken.
Financieel loopt dit thema in de pas, de afwijking over de eerste drie jaren is marginaal.
Realisatie t/m 2021
Eind 2021 heeft 58% van de docenten deelgenomen aan een training gericht op DBE en de veranderende rol van docenten. Dit op basis van een individuele of teamvraag.
Het lijkt dat we hiermee in lijn lopen met de doelstellingen die we willen behalen. Lijkt, omdat we enigszins een slag om de arm willen houden; we signaleren een spanningsveld (coronamoeheid) in de aandacht voor de eigen professionalisering en het draaiende houden van het onderwijs in deze tijd van overheidsmaatregelen in verband met COVID-19.
Vanuit de NSE is als verbeterpunt aangegeven, dat we nog een ontwikkelslag kunnen maken op het terrein van ‘Toetsen en beoordelen’. Deze verbetering is onder andere ingezet door de doorontwikkeling van de Quick Start voor nieuwe docenten ‘docentschap als tweede professie’ en de leergang Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid alsook in de ontwikkeling van professionalisering gericht op programmatisch toetsen.
Doelstellingen eind 2024
95 % van de docenten in vaste dienst heeft intern een training gevolgd gericht op DBE en de veranderende rol van docenten. Dit op basis van een individuele of teamvraag.
6.5 Inzet studievoorschotmiddelen
In 2021 hebben we het plan ‘Verder leren in kwaliteit’ bijgesteld. Dit is vastgelegd in een addendum en daarmee heeft onze medezeggenschapsraad ingestemd. Belangrijkste bijstelling betreft de verschuiving van budget van thema’s 4 en 6 naar thema 1. Er zit een oploop in de studievoorschotmiddelen die via de rijksbijdrage van het Ministerie van OCW ontvangen wordt. In het macrokader loopt de reeks van € 120 miljoen. in 2019 tot € 376 miljoen in 2024. Ons budget volgt de meerjarenbegroting zoals opgenomen in het plan ‘Verder leren in kwaliteit’ en de bijstelling daarvan in het addendum (begin 2021).
Ook is afgesproken dat binnen een thema middelen naar voren of naar achteren geschoven kunnen worden in de tijd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij thema 5, zoals hierboven ook beschreven. De totale begroting blijft ongewijzigd, alleen zijn er de eerste jaren meer middelen ingezet en de latere jaren zullen dat er minder zijn. De overbesteding t/m 2021 op thema 5 worden in 2023 en 2024 ingelopen. Werkzaamheden zijn in de tijd naar voren gehaald. De thema’s blijven over de gehele looptijd binnen het budgettaire kader zoals vastgesteld in het hiervoor genoemde addendum.
In onderstaande tabellen is bij ‘budget’ de bijstelling op basis van het addendum opgenomen. De begroting en de financiële exploitatie tot en met 2021 zijn per thema zichtbaar in onderstaande tabel:
Kwaliteitsafsprakenbudget 2019-2021
Voor de verantwoording over 2019 en 2020 verwijzen we naar de betreffende jaarverslagen. Inhoudelijke voortgang op de projecten in 2021 is beschreven in voorgaande paragrafen.
Onderstaande tabel toont het financiële overzicht voor de kwaliteitsafspraken over de gehele periode, van 2019 tot en met 2024. De eerste drie jaren zijn afgerond en voor de komende drie jaren hebben we de te besteden bedragen vanuit de studievoorschotmiddelen inzichtelijk gemaakt. Voor het totale KA-budget (studievoorschotmiddelen 2019-2024) hebben we de meest actuele stand gebruikt, namelijk de eerste rijksbijdragebrief voor 2022. Het totale plaatje ziet er als volgt uit:
Kwaliteitsafsprakenbudget 2019-2024
Alle bedragen in bovenstaande tabellen zijn weergegeven in duizendtallen. Een gedetailleerde weergave van begrote en gerealiseerde uitgaven per thema over de jaren 2019-2024 is opgenomen in bijlage 6.