Spring naar inhoud

Student en studie

2.1 Corona

Impact van de coronapandemie op de instelling

Online onderwijs en toetsing
NHL Stenden heeft in 2021 de coronamaatregelen zoals opgelegd door de overheid gevolgd. Dat betekende dat we in perioden van lockdown, zoals gedurende het eerste kwartaal en deels in het laatste kwartaal, zoveel mogelijk online onderwijs aanboden. Op de locaties deden we zoveel mogelijk aan spreiding om fysiek afstand te kunnen bewaren. Ook hielden we de bezettingsgraad laag door het ondersteunend personeel en daar waar mogelijk ook onderwijsgevend personeel in principe thuis te laten werken. Praktijkonderwijs dat plaatsafhankelijk is en een deel van de tentamens en onderwijs aan kwetsbare groepen studenten (dat betreft slechts een kleine groep), boden we op locatie aan.

In deze perioden organiseerden we ook online wervings- en voorlichtingsactiviteiten. Er heeft op basis van de ervaringen van de lockdown uit het jaar 2020, een doorontwikkeling van het online onderwijs plaatsgevonden: er zijn enkele nieuwe applicaties aangeschaft, er werden nieuwe professionaliseringsactiviteiten over digitale didactiek aangeboden, er werden betere afwegingen tussen online en on-campusactiviteiten gemaakt en bij de aanbesteding van de hoofdapplicatie voor de digitale leeromgeving (Blackboard) zijn de ervaringen meegenomen in het pakket van eisen en wensen.

Ook hebben we de voorbereiding van het digitaal toetsen (op locatie) in plaats van online toetsen op afstand in gang gezet. Om in letterlijke zin zoveel mogelijk ruimte te geven aan onderwijsactiviteiten, zijn toetsen daar waar mogelijk online georganiseerd. De bestaande toetsapplicaties en de tool voor online surveillance (‘proctoring’) zijn daarbij wederom ingezet en de werkprocessen eromheen weer verder aangescherpt en in de staande organisatie ondergebracht. De Data Protection Impact Assessment (DPIA) voor de applicatie Proctorexam is geactualiseerd om er zeker van te zijn dat de privacy voor studenten gewaarborgd is.

Studentwelzijn

Naast het bestaande fysieke aanbod, zoals de mogelijkheid met studentendecanen te spreken, hebben we voor studenten een digitaal aanbod ter ondersteuning van het mentale welzijn ingericht (gefinancierd vanuit de kwaliteitsafspraken). Deze platforms zijn via de intranetomgeving te benaderen. Vooral initiatieven gebaseerd op het peer-to-peer-principe werken goed. Er is gekozen voor een ruimere openstelling van de hoofdgebouwen zodat studenten in de bibliotheek en studielandschappen kunnen studeren en medestudenten kunnen ontmoeten, steeds passend bij de dan geldende coronamaatregelen.

Onderzoek
Op basis van de ervaringen van de lockdown van 2020, waren bij de vertaling van coronamaatregelen naar het hogeschoolbeleid onderzoeksactiviteiten die plaatsafhankelijk van aard zijn, toegestaan op locatie mits aan de basishygiëneregels kon worden voldaan. Er is deelgenomen aan de regeling van regieorgaan SIA die voorziet in het financieren van noodgedwongen uitgestelde onderzoeksactiviteiten. Deze middelen zijn ingezet om contracten te kunnen verlengen, om docent-onderzoekers die ingezet waren in het onderwijs vervolgens weer vrij te kunnen maken voor onderzoek en om eventuele aanpassingen in onderzoeksvoorstellen door te kunnen voeren.

Impact op onderwijskwaliteit
Bij alle genoemde visitaties waren de panels tevreden over de wijze waarop de opleidingen het onderwijs tijdens de coronapandemie hebben aangepast. In de zelfevaluatierapporten ter voorbereiding op visitatiebezoeken, wordt een hoofdstuk gewijd aan het effect van de coronapandemie op de opleiding en in de visitatierapporten wordt hierop door het panel gereflecteerd. Hieruit is de volgende draad te destilleren: studieloopbaanbegeleiders speelden tijdens de coronacrisis een belangrijke rol om, ondanks de verminderde contactmogelijkheden, zicht te houden op het welzijn van de studenten. De (digitale) informatievoorziening aan huidige en toekomstige studenten werd als adequaat beoordeeld. Teams reageerden flexibel en kwamen snel met aanpassingen. Panels waren tevreden met de wijze waarop opleidingen tijdens de coronacrisis proactief met studenten zijn omgegaan en het onderwijs (digitaal) zijn blijven verzorgen. Gedurende de coronacrisis heeft deze verdere ontwikkeling van de digitale leeromgeving een flinke boost gekregen. Zo zijn er, ter ondersteuning, online kennisclips en andere digitale materialen en bronnen aangeboden via de elektronische leeromgeving. De voorbereiding van studenten voorafgaand aan de lessen heeft hiermee een grotere rol gekregen en tijdens de lessen was er meer ruimte voor verdieping.

Weliswaar werd het directe onderlinge contact gemist, het digitale platform werd volgens de studenten adequaat en naar tevredenheid ingezet door opleidingen. Vooral voor het creëren van een veilige leeromgeving en het geven van feedback heeft direct persoonlijk contact een duidelijke meerwaarde. Men merkte dat feedback die op afstand gegeven wordt, snel harder aankomt bij studenten. Daarom plannen de docenten nu meer consultmomenten in met individuele studenten. Door het werken in groepen aan cases doen docenten meer moeite om zicht te krijgen op de groepsdynamiek en het individueel presteren van studenten daarbinnen.

Toetsing is in tijden van coronamaatregelen geheel online uitgevoerd, waar dat mogelijk was volgens het rooster. Dit vroeg van examen- en toetscommissies een flexibele en proactieve houding. De examencommissie is actief betrokken geweest bij het goedkeuren van het omzetten van toetsvormen waar dat nodig was. Zo zijn kennistoetsen aangeboden als opdrachten of openboektoetsen. Visitatiecommissies concludeerden op basis van de gesprekken en op basis van het bestuderen van een aantal toetsen en beoordelingscriteria dat de kwaliteit van de toetsing voldoende is. Dit geldt ook voor de inrichting van de toetsing in de coronacrisis.

Met de lumpsum NPO-middelen konden we, door middel van een grote wervingscampagne, veel extra docenten aantrekken. Deze docenten zijn snel ingezet met als doel intensiever onderwijs, meer begeleiding en werkdruk vermindering, zie ook paragraaf 7.4 over instroom.

Plan besteding corona-enveloppe middelen vanuit het NPO Bestuursakkoord Onderwijs

Procesmatig

Totstandkoming plan

Een werkgroep (bestaande uit een CvB-lid, academiedirecteur, directeur Onderzoek en Onderwijs, HMR-studentlid, businesscontroller en projectleider) is gestart met het beoordelen van de keuzelijst van het ministerie en heeft daarin een selectie gemaakt. De selectie is gekoppeld aan de thema's en activiteiten die in de kwaliteitsafspraken gekozen zijn. Doel is dat we meer efficiëntie en een hogere effectiviteit bereiken in de aanpak van overlappende thema's zoals studentsucces en studentwelzijn. Er zijn berekeningen van de financiële effecten gemaakt en dit heeft geleid tot een voorstel voor verdeling van de middelen.

De volgende gremia zijn geraadpleegd:

  • 22 juni 2021: bespreking plan Hogeschoolmedezeggenschapsraad, commissie Education & Research. 30 juni is een positief advies over het conceptvoorstel ontvangen met daarin het verzoek niet verder te schrappen in de keuzelijst en academies de ruimte te geven hierin zelf accenten te leggen.
  • 23 juni 2021: bespreking plan Raad van Toezicht, commissie Onderwijs, Onderzoek & Internationalisering, positief advies.
  • 25 juni 2021: bespreking plan hogeschoolberaad (directeuren en College van Bestuur): aandachtspunt is de duurzaamheid van de plannen en het beperken van de verantwoordingsdruk voor betrokkenen. Verder geen inhoudelijke opmerkingen.
  • Aansluiting landelijke werkgroep NPO (basecamp) via Vereniging Hogescholen.
  • 7 september 2021: instemming Hogeschoolmedezeggenschapsraad op het plan.
  • 7 september 2021: het plan inzet en verdeling NPO-middelen vastgesteld door het CvB.
  • 14 september 2021: plan ter bespreking op 7 oktober aan Raad van Toezicht gezonden.
  • 15 september 2021: indiening plan en bijlagen bij Berenschot.

Het herstelplan Lerarenopleidingen (thema 5) wordt door de academies Primair Onderwijs en academie Voortgezet Onderwijs & MBO vanaf 2022 uitgevoerd.

Monitoring & verantwoording

De monitoring volgt de reguliere R-rapportages. Daarnaast is er een stuurgroep ingericht die de sturing van het project voor haar rekening neemt. Omdat de thema’s grotendeels gelijk aan de kwaliteitsafspraken zijn, liggen de acties veelal in elkaars verlengde.

De ingezette middelen in 2021 zijn vanuit de academies financieel verantwoord, er is in kaart gebracht welke medewerkers zijn ingezet voor hoeveel fte en op basis van de gemiddelde personeelslast zijn de gemaakte kosten vastgelegd in onze projectadministratie.

In 2021 (zie tabel 1) is 1,5 miljoen euro van de NPO-enveloppe gelden volgens plan besteed. De overige middelen zijn doorgeschoven naar 2023 zodat de middelen effectiever besteed kunnen worden ten behoeve van de studenten. Het plan is tot op heden nog niet bijgesteld.

Inhoudelijk

NHL Stenden heeft ervoor gekozen de tijdelijke (‘enveloppe') middelen zoveel mogelijk in te zetten op het herstel. Daarmee willen we ervoor zorgen dat studenten alsnog succesvol, met de benodigde praktijkervaring, hun opleiding kunnen doorlopen en afronden. De inzet van deze middelen is boven op de compensatie die via de lumpsum financieel is verrekend en is gebruikt om extra docenten aan te trekken. Deze inzet van de extra docenten geeft opleidingsteams de mogelijkheid de accenten te verleggen, extra activiteiten te organiseren en heeft bovenal een positief effect op de werkdruk. Het geeft de mogelijkheid flexibeler te zijn in de onderwijsprogramma's bijvoorbeeld doordat onderwijseenheden een extra keer kunnen worden aangeboden, omgedraaid of doordat er extra begeleiding kan worden gegeven. Dit deel van de NPO-middelen wordt vooral ingezet ten behoeve van remediërende activiteiten.

De uitvoering van de acties ligt bij de academies; de regie op het totale NPO-plan ligt centraal. Er is nadrukkelijk gevraagd door de HMR en de opleidingen zelf om acties binnen de thema’s op te zetten die passend zijn voor de studenten van de betreffende opleidingen.

Inzet in jaar Financiële post/regeling Bedrag totaal Interne verdeling Activiteiten gekoppeld aan keuzelijst
2021 Begeleiding studenten
Inhaal en ondersteuning
Stage offensief
1,5 mln. Naar academies op basis van marktaandeel (studentenaantallen) allocatiemodel
In de R12-rapportages (p&c cyclus) wordt door de academies aangegeven op welke activiteiten in het najaar is ingezet. Geconsolideerd wordt dit opgenomen in de 'Corona paragraaf in het bestuursverslag.
(Thema 1) Extra begeleiding aanbieden
(Thema 1) Versterken (online) studiekeuzeactiviteiten
(Thema 1) Extra mogelijkheden voorkomen studievertraging (extra toetsen, inhaalonderwijs, begeleiding afstuderen
(Thema 1) Versterken blended learning
(Thema 2) Inzetten op meer ondersteuning voor studenten, bijvoorbeeld specifieke begeleiders, peer-to-peer support groups, social studying groups, proactieve benadering studenten mentale problemen en ondersteuning/doorverwijzing
(Thema 3) Matching student en werkveld (stages, praktijkopdrachten, ateliers, internationale opdrachten/programma-onderdelen. Inhaalonderwijs internationale onderdelen
(Thema 3) lnternationaliseringsactiviteiten: uitbreiden mogelijkheden short advanced programs binnen RUN-EU bijvoorbeeld

Voorbeelden van ingezette acties over 2021

Thema 1: soepele in- en doorstroom

  • Extra begeleiding door kleinschaliger (lab- en /of praktijk) onderwijs in verband met de coronamaatregelen.
  • Extra online studiekeuzeactiviteiten.
  • Academie Primair Onderwijs biedt studenten met studie-achterstanden sprintsemesters aan (half jaar, om achterstanden in te halen, zowel op de opleiding als in praktijk (stage)) en extra en intensievere afstudeerbegeleiding.

Thema 2: welzijn studenten

  • Onder andere inzet van studentpsychologen in Meppel voor specifieke doelgroep (internationale studenten) en Via Maarsing en Van Steijn op Terschelling.
  • StudentSuccesCentrum ontwikkelt een extra aanbod, zowel voor studievaardigheden als op het gebied van welzijn.

Thema 3: ondersteuning en begeleiding stage

  • Acquisitie en Matching: regelen van extra en alternatieve stages voor studenten die niet op hun stageplek terecht konden vanwege de coronacrisis (onder andere buitenlandstages, maar ook stages op (basis)scholen in lockdown of met beperkte toegankelijkheid voor extra volwassenen).
  • Door verplaatsen of intensiveren van stages is extra stagebegeleiding noodzakelijk ingezet.

In 2022 en 2023 worden de acties zoals in het plan beschreven voortgezet en verder ontwikkeld passend bij de vraag en de behoefte van de studenten. Na de periodieke voortgangsrapportages wordt beoordeeld of hogeschool breed acties moeten worden bijgesteld. Binnen de academies is er een continue PDCA-cyclus waardoor er op korte termijn acties per opleiding bijgesteld kunnen worden.

In 2021 hebben 32 onderzoekers vertraging opgelopen vanwege de coronacrisis. Extra kosten voor de hogeschool hebben we berekend op € 407.000. Hiervan hebben we via Regieorgaan SIA vanuit het NPO Bestuursakkoord Onderzoek € 203.000 aan budget ontvangen. Voor 2022 hebben we daarnaast nog € 10.000 toebedeeld gekregen.

2.2 Design Based Education

Transitie/invoering DBE

De transitie van ons onderwijsconcept DBE verliep volgens plan. De coronacrisis leidde niet tot vertraging in de invoering. Negentig procent van de leerjaren voltijd is inmiddels ingericht overeenkomstig de DBE-principes. Een aantal academies is volledig conform DBE ingericht. We hadden hier en daar nog met een staartje van de onderwijsconcepten van de voorgangers van onze hogeschool, te weten het concept van Probleem Georiënteerd Onderwijs (PGO) of dat van Competentiegericht Onderwijs (CGO) te maken.

Er ontstond bovendien meer synergie tussen het flexonderwijs en DBE. De implementatie van DBE was ook in het verslagjaar een continu proces. Veel opleidingen ontwikkelden het door en pasten het eerdere ontwerp aan. Er was sprake van vele parallelle implementaties. Het leren van en met elkaar bleef daarbij een uitdaging. De Sharepoint-site rond DBE vervulde daarin een belangrijke rol en werd gewaardeerd.

De kwaliteit van docenten en de kwaliteit van het team zijn belangrijke succesfactoren in de uitvoering. Docenten zoeken nog naar een goede invulling van hun meer coachende rol. De noodzaak om te blijven inzetten op de professionalisering blijft daarmee onverminderd groot.

De beperkende maatregelen in het kader van de coronacrisis vroegen in het verslagjaar opnieuw veel inzet en creativiteit van docenten om het onderwijs (in ateliers) een goede invulling te geven. Het samenwerken en leren van elkaar was online minder gemakkelijk. De maatregelen in het kader van de coronacrisis hadden onmiskenbare effecten op de studierendementen en de tevredenheid van studenten. Deze omstandigheden maakten het extra lastig het effect van DBE goed te duiden.

DBE is niet one-size-fits all. Opleidingen hadden en hebben de ruimte om passend bij de context een eigen invulling te geven. De indruk was dat de doorvertaling daarvan explicieter kan. Ook in promofilmpjes op internet komt het onderwijsconcept heel verschillend uit de verf. Om als instelling op dit vlak herkenbaar te zijn, is een meer expliciete doorvertaling en een meer eenduidige communicatie vereist.

Op basis van ervaringen zal de kern van DBE en de toetsing moeten worden doorontwikkeld. Externe ontwikkelingen zoals aanpassingen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de invoering van de Registratie Instellingen en Opleidingen (RIO) in het hoger onderwijs en de ontwikkeling van een systematiek van microcredentials zullen invloed hebben op onder meer de inrichting van het onderwijs en op de synergie tussen voltijd en flex.

De kwaliteitsafspraken gaven in het verslagjaar een goede impuls aan de implementatie van DBE in al zijn facetten. Deze afspraken droegen bij aan focus, prioritering en aan gemeenschappelijke doorontwikkeling.

Resultaten

De NSE

De streefwaarden ten aanzien van de studie algemeen en DBE-vragen worden deels gehaald. Het overall beeld met betrekking tot de DBE-vragen is redelijk positief. Het leerklimaat wordt erg positief gewaardeerd. De lage score op multidisciplinaire samenwerking laat zien dat dit nog een ontwikkelpunt is, maar dat heeft ook te maken met het grote aandeel eerstejaars dat de NSE invult. In de keuzegids staat onze hogeschool qua score voor het vierde jaar op rij in de top vier. Met de Associate degrees heeft NHL Stenden een koppositie.

In de twee mastervisitaties wordt DBE genoemd als herkenbaar onderdeel van de profilering van de opleidingen. Deze masteropleidingen onderscheiden zich duidelijk op het gebied van Design Research. Het profiel van de afgestudeerden sluit goed aan bij het DBE-profiel.

De HowUlearn vragenlijst wordt in steeds meer opleidingen ingezet. Het beoogde deep-learning is redelijk stabiel. De scores op welzijn daalden mede onder invloed van de coronacrisis. Opvallend zijn de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke studenten als het gaat om de benadering van leren.

Uitval jaar 1

Een kleine 25% van de studenten van cohort 2020 is uitgevallen; minder dan in 2018 (nulmeting 29%), waarmee voldaan is aan de streefnorm van maximaal 25%. Er zijn grote verschillen tussen opleidingen. In het algemeen doen vwo'ers en internationale studenten het beter dan de grote groep met een havo- of mbo-vooropleiding.

2.3 Onderwijsinnovatie en portfolio

In 2021 rondden we het traject portfoliobeleid af. Er werden in dat traject veertien richtinggevende uitspraken voor het toekomstige portfolio vastgesteld. Hiernaast werd een set data ontwikkeld over bijvoorbeeld rendement en instroom van onze opleidingen. In de dataset werd ook een koppeling aangebracht met de drie zwaartepunten en de maatschappelijke relevantie van onze opleidingen. De richtinggevende uitspraken en de dataset vormen de basis voor de verdere dialoog over de ontwikkeling van ons portfolio.

Onze hogeschool kwam in 2021 vanuit het experiment leeruitkomsten in de fase van het inbedden en de doorontwikkeling van de organisatie van gepersonaliseerd onderwijs. Dit laatste ook in voorbereiding op de noodzaak tot het verder flexibiliseren van voltijdopleidingen in verband met de verwachte Wet leeruitkomsten. De urgentie voor Leven Lang Ontwikkelen, werd verder zichtbaar door de doorontwikkeling van het portfolio in onder meer de Ad's en de masters.

Uit de keuzegids bleek dat we landelijk gezien de beste Ad-opleider van de bekostigde hogescholen zijn. De studenten zijn erg tevreden evenals het werkveld. Zowel het herijken van de bestaande Ad’s (vormen, locatie, profilering) als de ontwikkeling van nieuw Ad-aanbod (voltijd en voor werkenden) kreeg de aandacht. We ontwikkelden nieuwe Ad’s, we startten nieuwe Ad’s (Ad robotica, Ad bedrijfskunde) en we behaalden een mooie tevredenheidsscore in de NSE voor de Ad’s. Onze hogeschool werd in de Keuzegids uitgeroepen tot de beste Ad-opleider.

Ook al is dit opleidingsniveau nog een jonge loot binnen het hoger onderwijs, onze Ad’s zijn nu al van grote meerwaarde voor studenten, ons onderwijssysteem én voor de arbeidsmarkt. We slaan een brug tussen het middelbare beroepsonderwijs en het hoger onderwijs en maken zo ons onderwijs toegankelijker. Dit is belangrijk voor de praktische student met ontwikkelambities en voor de duurzame inzetbaarheid.

Verder zetten we grote stappen op landelijk niveau waar het ging om de thema’s onderzoek en internationalisering in de Ad’s. Grondleggers voor deze twee ontwikkelingen waren onze hogeschool en de Ad Academy Rotterdam. 

Wat betreft de masteropleidingen kan vermeld worden dat op 1 september 2021 de masteropleiding Computer Vision & Data Science startte en dat de masteropleidingen Serious Gaming en Social Work, naast de deeltijdvariant, met een voltijdvariant startten.

Wat betreft de Ad’s kan vermeld worden dat de Ad bedrijfskunde in 2021 als nieuwe opleiding is geaccrediteerd en in 2022 van start gaat en dat de Ad Industriële Automatisering en Robotica in september 2021 van start is gegaan.

Binnen de Vereniging Hogescholen werd gestart met het sectorplan masters. Het doel van dit sectorplan is het gezamenlijk ontwikkelen van professionele masters op cross-sectorale maatschappelijke thema’s. Onze hogeschool doet mee aan vijf van deze thema’s, te weten Managing Sustainable Transitions, Data Driven Innovation, Human Capital Innovation, Kwaliteit van leven in de 21e eeuw en Kwaliteit van de leefomgeving.

2.4 Aansluiting

Onze hogeschool participeert met het voortgezet onderwijs­, mbo-­ en andere hbo-­instellingen in een aantal netwerken. Deze netwerken hebben tot doel de aansluiting tussen het voortgezet onderwijs, mbo en het hbo te verbeteren, bijvoorbeeld door het gezamenlijk organiseren van projecten die de kwaliteit van de doorstroom naar het hbo bevorderen. Een aantal van die projecten is opgenomen in het Regionaal Ambitieplan (RAP), dat ook in 2021 werd opgesteld.

Financiële middelen voor dit ambitieplan worden door het ministe­rie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) ter beschikking gesteld met het doel regionale samenwerking op het gebied van aansluiting en doorstroom te bevorderen. De ambities van het RAP richtten zich in 2021 op de thema’s studievaardigheden, talentontwikkeling, aansluiting en studiekeuze.

Zo werden, op basis van het RAP, middelen beschikbaar gesteld voor het opzetten van een schakelklas voor vluchtelingen die in het hoger beroepsonderwijs willen gaan studeren. Ook is er het project Junior Honours, waarbij leerlingen uit het voortgezet onderwijs en het mbo die meer uitdaging zoeken, kunnen deelnemen aan een hbo-­project. Het project Skills Coach, een samenwerkingsproject met het mbo waarbij zittende hbo-­studenten fungeren als mentor voor mbo-studenten die de overstap willen maken, werd in 2021 afgerond. De inhoudelijke voortzetting vindt nu plaats binnen projecten die deel uitmaken van de kwaliteitsafspraken. Ook werkten we in 2021 in verschillende sectoren samen met mbo-­instellingen in de regio bij het verzorgen van doorstroom­keuzedelen voor mbo-­studenten.

Studiekeuzecheck en 100-dagencheck

De studiekeuzecheck werd ook dit verslagjaar weer verstuurd aan alle aspirant-studenten die zich voor een bachelor of Ad hadden aangemeld. Met alle aspirant-studenten die een negatief advies kregen, werd contact opgenomen om de achtergrond van dit advies te bespreken en de aspirant-student, indien nodig, bewust te maken van eventuele nog uit te voeren activiteiten in het kader van het studiekeuzeproces. Een aantal opleidingen gebruikte de mogelijkheid een eigen matchingsactiviteit te integreren in de studiekeuzecheck.

Ook hebben we in 2021 weer de 100-dagencheck uitgezet. De 100-dagencheck is een online vragenlijst die ongeveer 100 dagen na het begin van de studie verstuurd wordt aan eerstejaarsstudenten. Met behulp van de antwoorden op de vragen willen we een beter beeld krijgen van hoe de studenten de aansluiting hebben ervaren en waar zij in de eerste maanden van hun studie tegenaan lopen. Op die manier kunnen we gerichter aandacht besteden aan activiteiten die leiden tot een betere ondersteuning en begeleiding van (aanstaande) studenten.

Van de 3363 Nederlandse studenten die de check ontvingen, hebben 687 deelgenomen aan de check (20,4%). Aan de internationale check hebben 114 van de 287 uitgenodigde studenten meegedaan (39,7%).

Meer dan de helft van de Nederlandse studenten geeft aan het lastig te vinden om motivatie op te brengen voor de online lessen en kan zich er slecht op concentreren, ondanks het feit dat ze aangeven dat ze zich er over het algemeen wel goed mee kunnen redden. Ook geven de meeste studenten aan tevreden te zijn over de studievoortgang. Zo’n 13% geeft aan hier niet tevreden over te zijn. Ruim 80% van de respondenten geeft aan zeker door te willen gaan met de opleiding en van de studenten die twijfelen, geeft zo'n 8% aan hierover te willen praten met een studiekeuzeadviseur.

Bij de internationale studenten geeft zo’n 17% aan zich moeilijk te kunnen redden met het online onderwijs. 70% van de studenten geeft aan zich moeilijk te kunnen concentreren op de online lessen en 65% geeft aan het moeilijk te vinden gemotiveerd te blijven. Zo’n 10% geeft aan niet tevreden te zijn met de studievoortgang. Iets meer dan 90% geeft aan gemotiveerd te zijn om de studie af te maken, terwijl zo’n 5% expliciet aangeeft er over te denken (tijdelijk) met de studie te stoppen. 10% geeft aan hier over te willen praten met een studiekeuzeadviseur.

Binding

Iets minder dan 10% van de Nederlandse studenten geeft aan geen goed contact te hebben met medestudenten. Ongeveer hetzelfde percentage geeft ook aan moeite te hebben om aansluiting te vinden bij de medestudenten. Op de vraag of de sfeer in de groep goed is geeft 2% aan dat die te wensen overlaat. 10% van de respondenten geeft aan zich niet verbonden te voelen met medestudenten, en zo’n 25% voelt zich daar neutraal in. Dat geldt ook voor de gevoelde verbondenheid met de opleiding:  een kwart is daarin neutraal en zo'n 10% geeft aan zich niet verbonden te voelen met de opleiding.

Van de internationale studenten heeft 75% het gevoel een goede relatie te hebben met andere studenten; 5% heeft dat gevoel niet. Een kleine 20% geeft aan het moeilijk te vinden aansluiting te vinden bij de medestudenten. Zo’n 80% van de studenten voelt zich verbonden met de opleiding, 17% is neutraal en 4% voelt zich niet verbonden met de opleiding.

Zwaartepunt Service Economy

Victoria Lab op Terschelling

In 2021 bouwden we aan het fundament van één van de nieuwste living labs binnen onze hogeschool: het Victoria Lab op Terschelling. Samen met ondernemers, bewoners en het onderwijs gaan we op zoek naar oplossingen voor vraagstukken uit de praktijk. De eilandproblematiek leent zich uitstekend voor innovatieve crossovers, waarbij kruisbestuiving de sleutel tot succes vormt. Denk aan studenten van het Maritiem Instituut Willem Barentsz die samenwerken met studenten van de Hotelschool en het gerenommeerde European Tourism Futures Institute (ETFI). Maar denk ook aan vraagstukken over circulair wonen, modulair bouwen, het gebruik van duurzame energie en het op de kaart zetten van de waddengastronomie. Stuk voor stuk projecten waar we in 2022 vanuit het Victoria Lab met liefde aan gaan werken.

2.5 Facilitering

Om studenten te faciliteren bij hun (zelf)studie, beschikken alle vestigingen over een uitgebreide bibliotheek. Deze gezamenlijke bibliotheek is zowel fysiek als digitaal toegankelijk en biedt naast toegang tot informatie ook trainingen, informatievaardigheden, het correct omgaan met referenties en auteursrechten. Het scriptorium biedt ondersteuning bij het schrijven van afstudeerscripties.

Onze hogeschool werkt via de werkgroep 'studeren met een functiebeperking' aan inclusief onderwijs voor alle studenten om invulling te geven aan de in 2018 ondertekende intentieverklaring voor de implementatie van het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap. Dit thema is meegenomen in de kwaliteitsafspraken bij het thema 'meer en betere studentbegeleiding en studentsucces'.

Studentendecanen zorgen ervoor dat studenten, die dat wegens hun functiebeperking nodig hebben, aanvullende voorzieningen krijgen, ook bij het maken van digitale toetsen. Ook tijdens de coronacrisis was er speciale aandacht voor deze groep. Zo kregen zij onder andere via de decaan de gelegenheid om gebruik te maken van studieruimtes op school.

Alle studenten kunnen binnen onze hogeschool gebruik maken van diverse vormen van ondersteuning en begeleiding. Het inventariseren, op elkaar afstemmen, verbeteren en ontsluiten van dit aanbod is een thema dat wordt uitgewerkt in de kwaliteitsafspraken.

2.6 Verbreden en verdiepen van de studie

Flexibilisering

De subsidietermijn van het experiment Leeruitkomsten werd als gevolg van de coronacrisis verlengd. Hiermee kwam de einddatum te liggen op 1 september 2021. De eindrapportage en het groeidocument werden opgesteld en ingestuurd. We kunnen concluderen dat de doelstellingen uit het project zijn behaald. We beschikken over een groot portfolio van flexibele opleidingen, we werken met leeruitkomsten, validering en leerwegonafhankelijke toetsing, we betrekken het werkveld bij ons onderwijsaanbod en waar mogelijk bij toetsing. Studenten kunnen een individuele leerroute bepalen passend bij hun omstandigheden.

De projectorganisatie werd overgeheveld naar de staande organisatie en richtte zich verder op de doorontwikkeling van de flexibele opleidingen en de implementatie van activiteiten in het kader van Leven Lang Ontwikkelen, zoals een pilot microcredentials via de Vereniging Hogescholen.

X-Honours

De activiteiten van X-Honours vonden in 2021 online plaats. De situatie als gevolg van de coronacrisis was een mooie mogelijkheid om verder te experimenteren met het in 2020 in werking gezette hybride format. We richtten ons daarbij voornamelijk op de ervaringen van de deelnemende studenten. Niet alleen op de ervaringen van de studenten en coaches van de locaties Leeuwarden, Emmen en Meppel, maar ook op die van studenten die om verschillende redenen niet op locatie konden zijn.

In 2021 kende X-Honours een instroom van 58 studenten en telde de uitstroom 6 studenten met een certificaat Honours degree level. Hierdoor steeg het aantal deelnemende studenten tot 286 studenten. We zagen wel een daling in actieve participatie aan het programma om verschillende redenen, waaronder: lesactiviteiten op hetzelfde moment, geen zin in nog meer onlineonderwijs en de online sessies zijn te lang.
Hoewel het ingeschreven aantal studenten aan het einde van het kalenderjaar 286 bedroeg, moeten we vaststellen dat dit getal minder betrouwbaar was dan voorgaande jaren. De opkomst online was gemiddeld 25-35 deelnemers bij de plenaire sessies, de afzonderlijke basecamps werden gemiddeld genomen hoogfrequent bezocht door de studenten. Op momenten van mogelijkheden tot fysieke deelname, nam het aantal deelnemers behoorlijk toe.

Het aantal toeleverende opleidingen ging van 34 naar 39. Ook zagen we een stijging in deelnemende studenten van locaties buiten Leeuwarden. Als belangrijkste reden voor afhakers werden nog steeds de beperkingen van het rooster aangegeven.

Naast de reguliere X-Honours activiteiten waren de programmamanager en de ondersteuner actief betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van verschillende thema’s binnen de kwaliteitsafspraken, waaronder de oriëntatieateliers.

Duurzaamheid in het onderwijs

Binnen de academies werden grotere en kleinere stappen gezet om duurzaamheid beter te verankeren in onderwijs en onderzoek. Daarbij worden vaak de Sustainable Development Goals (SDG's) van de VN als uitgangspunt genomen, maar ook de vereisten rond duurzaamheid zoals vervat in certificering of accreditatie vanuit beroepsorganisaties. Een voorbeeld van certificering in het onderwijs zijn de audits in het kader van Sustainability in Higher Education (SHE).

Een andere investering is die in SustainaBul, de sinds 2012 jaarlijks door Studenten voor Morgen georganiseerde ranglijst tussen de Nederlandse hoger onderwijsinstellingen. Hierbij worden deelnemende onderwijsinstellingen beoordeeld met behulp van een vragenlijst verdeeld over de thema's duurzaamheid in onderzoek, onderwijs, de bedrijfsvoering en de integrale benadering. 

Binnen de academie Leisure & Tourism bijvoorbeeld richtte men zich op de SHE-audit, het oprichten van een Green Team voor de integratie van de SDG's, deelname aan een internationale UNWTO-competitie op het gebied van duurzaam toerisme (1e prijs), het inrichten van een Green Office en de aanvang van de pilot Green Ambassador Programme binnen de minor Sustainable Society.

Binnen de Hotel Management School werd bijvoorbeeld een nieuwe, internationale competitie gelanceerd voor studenten rond het ontwerpen van regeneratieve accommodaties, participeert men in het SIA RAAK KIEM HBO project ‘de Friese doorlopers, Circular economy in hospitality’, zijn er in de minor Future Proof Hospitality opdrachten van GreenKey uitgevoerd, en werd gewerkt aan de aanvraag van een Professional Doctorate rond duurzaamheid in hospitality and tourism. 

Tot slot nemen verschillende medewerkers deel aan landelijke netwerken rond duurzaamheid in het hoger onderwijs, zoals de SDG-coalitie Nederland en de Professional Learning Community onder aanvoering van lector Frans Melissen. 

2.7 Financiële ondersteuning

Profileringsfonds

Onze hogeschool beschikt over een Profileringsfonds conform artikel 7.51 in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) ten behoeve van studenten die door bijzondere omstandigheden studievertraging oplopen. Ook kunnen studenten een beroep doen op de regeling Financiële Ondersteuning Topsport. Studenten van studentenverenigingen kunnen, mits deze zijn opgenomen in het studentenstatuut, een bestuursbeurs aanvragen in het kader van de regeling ‘Financiële ondersteuning medezeggenschapsraden en studentenorganisaties'. Aanvragen worden beoordeeld door de commissie Profileringsfonds. Daarnaast krijgen studenten die lid zijn van een opleidingscommissie, een deelraad of de hogeschoolmedezeggenschapsraad financiële ondersteuning vanuit het Profileringsfonds.

In 2021 werd geen beroep gedaan op financiële ondersteuning op grond van de prestaties op gebied van sport of cultuur. Bijna de helft van het uitgekeerde bedrag ging naar studenten uit de medezeggenschap.

De totale toekenning uit het Profileringsfonds in 2021 bedroeg € 584.268. De verdeling hiervan is weergegeven in de tabel hieronder.

Profileringsfonds

Omschrijving aantallen studenten totaal van de toekenningen gemiddelde hoogte van de toekenningen gemiddelde duur van de toekenningen
Ho-studenten in overmachtssituaties

Ziekte, functiebeperking, familieomstandigheden, mantelzorg of niet-studeerbare opleidingen
Aanvragen: 93
Toewijzingen: 77
€ 222.000 € 2.883 10 maanden
Bestuurders van studie- of studenten- verenigingen of MR Aanvragen: 291
Toewijzingen: 291
€ 360.468 € 1.239 4 maanden
Overige categorieën

Prestaties op het gebied van sport of cultuur, fin. steun aan niet-EER ho-studenten, uitgaande beurzen e.a.
Aanvragen: 3
Toewijzingen: 1
€ 1.800 € 1.800 6 maanden

Noodfonds studenten

Studenten die incidenteel en onvoorzien in financiële moeilijkheden raakten en daardoor in hun studievoortgang werden belemmerd, konden een beroep doen op de Regeling Studenten Noodfonds. Op basis van de regeling werden in 2021 aan drie studenten leningen verstrekt voor een totaalbedrag van € 9.494. Het fonds heeft jaarlijks een budget van € 25.000.

Het door de hogeschool beheerde noodfonds ontvangt zijn middelen van de stichting Steunfonds Stenden Hogeschool.

Naast middelen voor het Studenten Noodfonds stelde de laatstgenoemde stichting Steunfonds eveneens middelen ter beschikking voor het studentenpastoraat (Expect), het Centrum voor Levensbeschouwing en de Douwe Tammingabeurzen (fonds voor speciale doelgroep). Deze laatste beurzen zijn toegevoegd aan het steunfonds en worden toegekend aan talentvolle studenten die financiële ondersteuning nodig hebben en die geen beroep kunnen doen op andere fondsen.

       
Omschrijving aantallen studenten totaal van de toekenningen gemiddelde hoogte van de toekenningen
Verstrekte leningen aan studenten met overmachtssituatie vanuit het Noodfonds Aanvragen: 6
Toewijzingen: 3
€ 9.494 € 3.165

2.8 Rechtsbescherming

College van Beroep voor de examens

Studenten die in beroep wilden gaan tegen een beslissing van de examencommissie van de opleiding, konden terecht bij het College van Beroep voor de Examens. Dit college bestaat uit twee kamers met elk vijf leden, twee voorzitters daarbij inbegrepen en uit vijf plaatsvervangende leden, een plaatsvervangend voorzitter daarbij inbegrepen.

In 2021 kwamen er 52 beroepschriften binnen. En er stond nog een beroepschrift uit 2020 ter afhandeling. Van deze beroepschriften werden er 15 ingetrokken door de betreffende studenten. Er werden 23 beroepszaken geschikt. Twee beroepschriften werden niet-ontvankelijk verklaard. Door het College van Beroep werden twaalf beroepschriften ter zitting behandeld. Hiervan werden twee gegrond en zeven ongegrond verklaard. Twee beroepen werden na de zitting ingetrokken. En één beroep werd tijdens de zitting geschikt. Er was nog één lopende beroepszaak. Deze wordt in 2022 afgehandeld.

Eén student heeft in 2021 gebruik gemaakt van de mogelijkheid in hoger beroep te gaan bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs in Den Haag. Dit hoger beroep werd ongegrond verklaard.

Klacht- en geschillenadviescommissie

De Klachtenregeling studenten voorziet in een Klachtadviescommissie die bestaat uit drie leden, te weten een extern lid als voorzitter (en een plaatsvervanger) en twee medewerkersleden (en twee plaatsvervangers). Deze commissie adviseert het College van Bestuur met betrekking tot klachten en bezwaarschriften. Het College van Bestuur neemt de uiteindelijke beslissing. Tegen beslissingen op bezwaar (van het College van Bestuur) staat beroep open bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs. Tegen beslissingen van het College van Bestuur op klachten staat geen beroep open.

In 2021 kwamen bij de Klachtadviescommissie NHL Stenden Hogeschool 77 zaken binnen. Het betrof 62 klachten en 15 bezwaren. Er werden in totaal 41 klachten en acht bezwaren afgewikkeld door middel van een succesvolle bemiddeling. Er werden elf klachten en zes bezwaren ingetrokken. De commissie bracht negen keer advies uit aan het College van Bestuur (waarbij het twee zaken uit 2020 betrof). Er waren nog vier lopende zaken, deze worden in 2022 afgehandeld.

Volgend hoofdstuk: 3 Onderzoek en valorisatie