8.1 De fysieke leer- en werkomgeving - duurzaamheid
Ook onze hogeschool heeft de opdracht om in haar bedrijfsvoering zo duurzaam mogelijk te opereren. Om deze verduurzamingsopgave smart te kunnen monitoren, hebben we een aantal Kritische Prestatie Indicatoren (KPI's) op dit vlak ontwikkeld. Deze KPI's zijn enerzijds verplicht vanwege landelijke en mondiale wet- en regelgeving. Anderzijds heeft onze hogeschool (deels in samenwerking met de branchevereniging) een aantal eigen ambities ontwikkeld waarop ze wil verduurzamen.
De in paragraaf 1.1 opgenomen factsheet toont onze progressie over 2021. Jaarlijks zullen we deze factsheet vullen met actuele data ter vergelijking en deze uitbreiden met nieuwe KPI's. Het verslagjaar bleek vanwege de lockdowns niet op alle fronten een representatief jaar. Niet alle feiten kunnen we daarom adequaat tonen.
Vanaf het eerstvolgende jaar zonder lockdowns zullen we onder meer rapporteren over de efficiëntie van ons ruimtegebruik (de bezettingscijfers), de uitstoot, de reductie van onze schoonmaakactiviteiten, de reductie van ons bouwmateriaal en de reductie van de gereden kilometers woon-werk.
Trias Spatia
In 2021 begonnen we met de implementatie van ons Strategisch Huisvesting Plan 2020-2030. Hierin staat onder meer hoe we de komende tien jaar invulling willen geven aan een efficiënter en slimmer gebruik van onze ruimten en hoe we met hybride voorzieningen een bijdrage willen leveren aan het beperken van de ruimtevraag. Om flexibeler in te kunnen spelen op fluctuerende studentenaantallen en een variërende onderwijsbehoefte, hanteren wij een gedifferentieerde portefeuille met onderscheid tussen verschillende locaties, die zowel digitaal als fysiek met elkaar verbonden zijn.
Voor het bepalen van de kwantitatieve ruimtebehoefte, zijn in 2021 een ruimtenorm (ten behoeve van het aantrekken van nieuwe ruimte) en een ruimteverdeling (ten behoeve van het efficiënt verdelen van beschikbare ruimte) vastgesteld. Uitgangspunt is dat we ruimte op basis van het actuele aantal studenten per academie verdelen. De bezetting en benutting wordt 24/7 gemonitord via ons Ruimte Management Systeem (RMS). Hiermee zijn we in staat te sturen op een efficiënter gebruik van ruimte. Cijfers zullen na een representatief - non covid - jaar gewogen worden.
Binnen onze vastgoedportefeuille maken we onderscheid tussen A, B en C locaties:
- De A locaties hebben een lange termijn perspectief (> 10 jaar) Deze bieden uitgebreide voorzieningen en zijn bij voorkeur in eigendom.
- De B locaties (hubs) betreffen locaties met een middellange termijn perspectief (5-10 jaar), deze panden worden gehuurd en bieden basis voorzieningen. Eventueel noodzakelijke investeringen worden doorgaans verdisconteerd in de huurprijs.
- De C locaties (pop-ups) betreffen werkveldateliers. Deze worden gebruikt voor actuele casuïstiek en hebben daarom een korte termijn perspectief (<5 jaar). De C locaties zijn in eigendom van een werkveldpartner, voor de financiering worden o.a. subsidies aangewend.
Door deze differentiatië van onze vastgoedportefeuille zijn we flexibeler in ons ruimtegebruik op de korte en (middel)lange termijn. Hiermee zijn we beter in staat om de fluctuerende vraag naar huisvesting te matchen met het doorgaans statische aanbod aan ruimte.
Zwaartepunt Smart Sustainable Industries
CuRe Technology
Fotograaf: Theo Berends
Cola, sinas, ice tea; dagelijks drinken we in Nederland heel wat frisdrank. Alle ingezamelde flessen gaan na een grondige schoonmaakbeurt door de shredder, waarna er nieuw plastic van wordt gemaakt. Klinkt als een succesformule, maar er is één bottleneck: gekleurde, ondoorzichtige PET-flessen lenen zich niet voor dit proces. CuRe Technology in Emmen heeft de oplossing: moleculaire recycling. In de proeffabriek in Emmen leggen we Cumapol, DSM-Niaga, Morssinkhof, DuFor en NHL Stenden Hogeschool de basis voor deze nieuwe manier van plastic recycling. De vervuilde PET-flessen worden afgebroken tot aan de originele bouwstenen. Vervolgens zuiveren we die bouwstenen en maken er nieuwe hoogwaardige gerecyclede PET (rPET) van. Dit recyclingproces hebben we opgeknipt in deelonderwerpen, waar onze studenten mee aan de slag gaan. Zo buigt één van de studenten zich bijvoorbeeld over de vraag hoe we kleurstoffen met een ontkleuringsmethode uit het plastic kunnen halen. Coca-Cola European Partners investeerde flink in de proeffabriek van CuRe Technology. In 2025 wil Coca-Cola ervoor zorgen dat al haar verpakkingen volledig recyclebaar zijn.
Trias Energetica
Sinds 2013 zijn we intensiever gaan investeren in de verduurzaming van onze panden. De totale energie reductie sinds 2013 van onze verbruiken bedroeg in 2021:
- 28% minder gas;
- 21% minder elektriciteit.
(NB: door de stijgende energieprijzen zijn de totale energielasten desondanks gestegen).
Vanuit onze voorbeeldfunctie richting the next generation die we opleiden, voelen wij ons verantwoordelijk. Vandaar dat we in ons Strategisch Huisvestings Plan een ambitieuze routekaart hebben opgenomen die verder en sneller gaat dan het klimaatakkoord van Parijs.
Deze klimaatdoelen zijn onze uitgangspunten geweest voor het in 2021 opgeleverde Masterplan Klimaat en Duurzaamheid. In dit masterplan zijn concrete maatregelen per locatie omschreven om de ambities uit de routekaart waar te kunnen maken en tegelijkertijd de kwaliteit van ons binnenklimaat te kunnen blijven borgen. De data uit dit masterplan wordt één op één geïntegreerd in het MJOP en levert daarmee belangrijke input voor het bepalen van de toekomstbestendigheid van een betreffende locatie. Door verder vooruit te kijken dan de looptijd van het Strategisch Huisvestings Plan voorkomen we dat we (op korte termijn) investeren in gebouwen die het Paris Proof niveau waarschijnlijk niet zullen halen.
8.2 De digitale leer- en werkomgeving
Het verslagjaar kende drie specifieke aandachtspunten die als een rode draad door de activiteiten op het vlak van de digitale leer- en werkomgeving liepen. Het ging om:
- De afronding en oplevering van de activiteit ‘Oud en Nieuw' in het kader van de kwaliteitsafspraken. De integratie van de systemen van de voorgangers van onze hogeschool en de doorontwikkeling daarvan werd afgerond. Hiermee werden de tijdens de fusie gemaakte afspraken rond de digitale hogeschool afgerond.
- De digitale ondersteuning van het onderwijs als gevolg van de ontwikkelingen rondom het coronavirus. Deze ontwikkelingen vroegen in het verslagjaar een hoge mate van flexibiliteit van de digitale omgeving.
- Het thema cybersecurity vroeg in het verslagjaar om een significante ontwikkeling in onze digitale omgeving en in de vaardigheden van de gebruikers. We maakten een professionaliseringsslag rondom het up-to-date blijven van de laatste beveiligingspatches. We startten bovendien met de plannen voor het opzetten van een security operations center. Incidenten bij andere hogescholen en universiteiten leerden ons dat we onze investering in IT-security verder moesten richten op een voorziening die in staat is de digitale infrastructuur permanent op security te monitoren. Deze ontwikkeling werd vormgegeven in een programma met als doel om binnen twee jaar toe te werken naar volwassenheidsniveau 3 overeenkomstig het Security Operations Maturity Model.
Aan het einde van het verslagjaar werd een wereldwijd zogenaamd zero-day cyberlek ontdekt, het Log4J. Dit werd door onze hogeschool succesvol opgepakt door het organiseren van een crisisorganisatie die opvolging gaf aan de adviezen van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Onze interne IT-omgeving anticipeerde direct door regie te voeren richting de externe IT-partijen, door de interne infrastructuur veilig te stellen met de laatste updates en door het creëren van een ’gold back-up' zodat bij een escalatie de kernsystemen weer konden worden hersteld. Dit cyberlek vergrootte de urgentie om na te denken over een nieuwe strategie op het vlak van cybersafety en -security.
Een van onze leerpunten was dat een organisatie moet beschikken over een IT-omgeving waarin de complexiteit minimaal is. Dit is de enige manier om snel en adequaat te handelen in tijden van cybercrisis. De afronding van het traject ‘Oud en Nieuw’ droeg hier aan bij. We hebben nu een basisomgeving. Alle data werden in het verslagjaar succesvol naar deze basisomgeving, naar de digitale hogeschool, verhuisd. Naast een beter beheer en betere beveiliging van deze omgeving slaagden we er ook in een digitale omgeving op te leveren die zowel on-campus als off-campus te gebruiken is. Data en toegang werden geregeld middels een Multi Factor Authenticatie (MFA) welke past bij de extra beveiligingseisen die landelijk werden afgesproken.
Het hybride werken en leren verlangt veel aanpassingsvermogen van onze studenten, docenten en het ondersteunend personeel. De dienst Digitale Leer- en Werkomgeving (DLWO) heeft hier op kunnen inspringen middels de extra inzet van digi-coaches en de versterking van de aanwezigheid van medewerkers binnen de academies. Zowel operationeel en in de doorontwikkeling van digitale middelen binnen het onderwijs zijn we steeds meer aanwezig. We participeren in initiatieven als Artifical Intelligence, zijn nauw betrokken bij RUN-EU en in het regionale netwerk is er een intensivering van onze deelname van activiteiten met Samenwerking Noord.
Een vooruitblik naar het komende jaar laat zien dat het nog belangrijker wordt om onze ontwikkeling op cybersecurity te versnellen. Het vraagt ook om een nieuwe strategische benadering van ons digitale landschap. Privacy- en securitywetgeving zullen meer worden aangescherpt. Dat vraagt een heroverweging van de manier waarop we onze informatie op een veilige manier kunnen aanbieden en tegelijkertijd de integriteit kunnen waarborgen. Een herontwerp van de digitale omgeving is daarin niet ondenkbaar. Een grote uitdaging die daarbij komt kijken, is de beschikbaarheid van gekwalificeerde en vooral beschikbare IT-expertise. Dit tekort zal de komende jaren toenemen. Dit vraagt focus in onze digitale agenda zodat we onze doelen rondom digitalisering ook daadwerkelijk kunnen realiseren.